Home | Wegwijzer | Verhalen | Geert Jan Leuning

m.s. P&O Nedlloyd Sydney, 2001 - '02

m.s. P&O Nedlloyd Sysdney

Dit zou mijn volgende schip worden . De plichtplegingen op kantoor waren weer achter de rug. Ik had al twee termen op dit schip gemaakt en dat was op de noordelijke Stille Ocean, maar daar zat het schip niet meer op en ik kon in Rotterdam opstappen. Dus op 17 december brachten mijn vrouw en dochter me met de auto naar de Maasvlakte. De kapitein van het schip, een oude bekende van me, bleek het nummer van onze mobiele telefoon te hebben en belde ons dat het schip vertraging had en dat we ons niet hoefden te haasten. Dus dat deden we ook maar niet. Kopje koffie hier, hapje eten daar, kalmpjes aan. Maar het weer werd slechter en bij Utrecht begon de ellende. Slecht zicht door de regen en één grote file. Als ik me goed herinner deden we er zo'n zeven uur over om van Utrecht naar de Maasvlakte te komen. Het was intussen 's avonds tegen een uur of tien, dus mijn vrouw en dochter hebben me af gezet en zijn toen maar gelijk weer huiswaarts gegaan. Aan boord nam ik de zaak over van mijn voorganger. Het bleek dat na de noordelijke Stille Oceaan we nu op de noordelijke Atlantische Oceaan zouden gaan varen. Van Noord Europa naar Montreal. Zo noordelijk was ik nog niet met een schip geweest aan deze kant van Amerika en zeker niet in de winter. We hadden een Indonesische bemanning, de top waren Nederlanders alsmede de hoofd CD, de andere officieren waren Russen en de elec ook. Ook weer iets nieuws. Eerst Poolse officieren en nu Russische. Maar het voordeel was dat de Russen heel goed Engels spraken wat communicatie vergemakkelijkte en ze hadden flink wat ervaring. Ik moet zeggen dat ik zeer tevreden was met onze machine kamer ploeg. De dienst vond ik persoonlijk wat minder. In de machinekamer rondlopen met thermisch ondergoed aan en een dikke gewatteerde jas heeft geen aantrekkingskracht op me. Dat er een emmer met water naast de olie gestookte ketel staat en het water in die emmer bevriest, met draaiende hoofd en hulpmotoren, dan is het toch wat frisjes. Montreal zal best een heel mooie stad zijn en ik heb er zelfs nog even rondgelopen, maar niet lang. Wat was het er koud! Om er te komen moet je een heel eind de St. Laurence rivier op maar er was nog water. Maar op een afgesloten stuk van de rivier waren zeer veel mensen aan het schaatsen. Nee, geef mij de warme streken maar. Maar voor de statistieken moet je dit ook eens meegemaakt hebben, maar één keer is wat mij betreft genoeg.

We vertrokken weer uit Montreal en moesten weer een heel eind de St. Laurence af. De containers werden in Montreal niet gesjord. Of dat nu een handeltje van de kapitein was of een afspraak, maar het sjorren gebeurde door de hele bemanning en daar kregen ze ook extra geld voor. Dus tijdens de vaart over de St. Laurence stond de hwtk beneden, de kapitein op de brug met een roerganger en de loods en de rest van de bemanning was bezig de containers vast te zetten, stuurlui, wtk's, bemanning, wasbaas, kokkie, hofmeester, ze waren allemaal bezig met het sjorren van de containers. Ze moeten er toch flink aan verdiend hebben om in die kou aan dek te gaan werken. De Indonesische bemanning waren net Michelin mannetjes, maar dat mocht de pret niet drukken. Ze hebben kennelijk goed werk geleverd want toen we eenmaal aan de oversteek begonnen kwamen we gelijk in een vuiltje terecht en wel ééntje zodanig dat je min of meer moest bukken voor rondvliegende tafels en stoelen. In mijn zithut stond ook een tafel met een ietwat zware, maar gladde bovenkant en stalen pootjes. Die tafel ging in mijn hut schuiven en omdat die tafel wat topzwaar was en de pootjes niet zo gemakkelijk over het tapijt gleden, duvelde die tafel om zodat die op zijn gladde bovenkant kwam te liggen en dat gleed goed over het tapijt. En aangezien het schip zo wreed als de pest was, werd die tafel alle kanten op gelanceerd. Van de kast deuren in de hut, die van niet al te best spaanplaat waren gemaakt, bleef weinig over, grote deuken in de bekleding van de schotten. Een grote puinhoop. Ik was niet de enige die zo'n tafel had. In de salon op dek 4 stonden gemakkelijke IKEA armstoelen, maar die waren ook verworden tot kleine stukjes brandhout. Achter dit alles kwamen we ook pas toen we na het werk weer in onze hutten kwamen. We konden gelijk beginnen met opruimen. Maar slecht weer hebben we allemaal wel meegemaakt en de schroef bleef draaien en het licht bleef branden, dus alles ging wel. En zo'n storm houdt ook weer op. Dus we vervolgden onze weg naar Hamburg. Bij vertrek Hamburg gaf de elektromotor van één van de hulpblowers van de hoofdmotor de geest. Daar doe je verder ook weinig aan, behalve tijdens manoeuvreren wat meer brandstof geven dan normaal. Je had dan wel een beetje te weinig lucht voor de hoofdmotor, maar het ging. Zo'n elektromotor heb je niet reserve dus een mail naar de TD met de gegevens van die elektromotor. Daar reageerden ze snel op. Ik kreeg een telefoontje van de kapitein dat de heer Zandee (superintendant) me wilde spreken. Dus negen verdiepingen naar boven gewandeld en op de brug via het communicatie console de boel uitgelegd wat er aan de hand was. Daarna weer naar de machinekamer. Daar was ik net aangekomen of de telefoon ging weer. De kapitein om me te vertellen dat Zandee weer aan de lijn was, dus dan hobbel je die negen verdiepingen maar weer omhoog. Dan zou een lift wel leuk zijn, maar die hadden we niet op dit schip. Weer met Zandee gepraat en weer naar beneden. En weer belde Zandee. Dus weer naar boven en heb ik Zandee gevraagd of hij me dood wou hebben of zo. Daar moest hij om lachen. Ik niet! Aan het eind van ons gesprek heb ik hem verteld dat hij rustig weer kon bellen, maar dat ik dan niet naar boven kwam. Ik had mijn portie van traplopen wel even gehad!

We hadden inmiddels ook al bericht gekregen dat we niet terug zouden gaan naar Montreal, maar dat we nu de andere kant op zouden gaan. Door de Middellandse Zee, Suez kanaal richting Pakistan, India en de Perzische Golf. In ieder geval een wat warmer klimaat! Maar voorlopig waren we nog bezig met Noord Europa. Hamburg hadden we gehad en we waren nu op weg naar Bremerhaven. Daar zouden vrouw en dochter even langs komen. Het is tenslotte zo'n beetje dezelfde afstand van ons huis als naar de Maasvlakte en Rotterdam is een gekkenhuis en daar heb ik toch geen tijd voor ze. En ze hadden nog pech ook dat we tegen 23:00 in Bremerhaven tegen de kant lagen en 's morgens om 05:00 al weer zouden vertrekken. Dus het was helaas maar van korte duur. En in Rotterdam kregen we een nieuwe elektromotor voor de hulpblower, dus die moest in Rotterdam gelijk gewisseld worden. We konden dat niet eerder doen omdat we dan een groot gat in de spoellucht leiding zouden hebben waardoor de motor nog minder lucht zou krijgen. En die elektromotor zat ook gemonteerd op een rot plaats, omgekeerd tegen de onderkant van het boven bordes als ik me goed herinner. Niet een klus die je zo maar even klaart. En intussen moest er ook nog gebunkerd worden, maar we hebben het allemaal voor elkaar gekregen. In Rotterdam kregen we ook een nieuwe kapitein, maar die had ik ook al als eerste stuurman op dit schip meegemaakt en waar ik goed mee op kon schieten. De volgende haven was Antwerpen, waar mijn vrouw en dochter ook nog even naar toe waren gekomen, maar daar lagen we ook niet zo lang, hoewel wel wat langer dan in Bremerhaven. Ik weet niet meer of we nog verder havens aan gedaan hebben, maar toen kwamen we in Gioia Tauo waar ik ook nog nooit geweest was. Ik had begrepen dat dat misschien een hub zou worden. We zijn zonder problemen tegen de kant gekomen maar even later kwam er een Maersk schip naar binnen die een stuk groter was dan ons schip en die kon niet tegen de kant komen. Helemaal precies weet ik het niet meer, maar ik meen dat de Italiaanse autoriteiten hadden opgegeven dat er 15 meter water stond, maar toen dat Maersk schip niet tegen de kant kon komen is onze kapitein volgens mij gaan peilen tussen kade en schip om te zien hoeveel water er stond en dat was flink minder dan de 15 meter die de autoriteiten hadden opgegeven. Daar heeft de kapitein toen een rapport over naar de maatschappij gestuurd om ze te vertellen dat de Italianen wat meer beloofden dan ze konden waar maken. We lagen op een zondag in Gioia Tauro en ik had een eindje verder een plaatsje zien liggen, dus ik besloot daar naar toe te wandelen om even rond te kijken, dus ik liep naar de poort, maar als je daar doorheen liep stond je gelijk op de autostrada en dat leek me toch geen veilige weg om op te gaan wandelen, dus ben ik maar weer terug aan boord gegaan. Het plaatsje leek me ook niet zo aantrekkelijk om ervoor platgereden te worden. Onze kapitein was niet zo blij met onze Russische tweede stuurman. Aangezien we op een andere lijn terecht waren gekomen had de kapitein de kaarten gecontroleerd en de nieuwe koerslijnen voor deze reis in de kaarten getekend. De tweede stuurman had die weer uitgegomd en daarna nieuwe in de kaarten gezet omdat hij vond dat dat zijn werk was. En daar was onze kapitein een beetje (boeltje) pissig over. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Het was ook geen vergissing van de tweede stuurman want hij had de kapitein bezig gezien, maar misschien dacht hij dat hij het beter kon. Maar zo maak je geen vrienden!

We verlieten Gioia Tauro weer en passeerden het Suez kanaal, om Sinaï heen en dan linksaf naar Akaba waar we een nacht over bleven en waar sommigen van de bemanning de wal op gingen. Het scheen best een aardige plaats te zijn met een zeer vriendelijke bevolking. Zelf ben ik aan boord gebleven. Als een mens wat ouder wordt schijnt het lange termijn geheugen beter te werken dan het korte termijn geheugen en dat merk ik ook omdat ik me niet alle havens van deze reis kan herinneren. Misschien dat we Jeddah ook aandeden, maar dat weet ik niet precies meer. Maar volgens mij was de volgende haven Karachi. In Afghanistan was op dat moment een oorlog aan de gang. De Russen waren in Afghanistan bezig en dat wilden de Afghanen niet, dus hommeles en de Amerikanen hielpen de Afghanen wel een beetje. Maar om dat allemaal een beetje te kunnen volgen lagen er oorlogsschepen voor de kust van Pakistan. De halve Verenigde Naties leek wel. En als je zo'n oorlogschip passeert willen ze weten wie je bent en roepen ze je op en vragen ze welk schip je bent. In dit geval: P&O Nedlloyd Sydney. Dat is natuurlijk hartstikke moeilijk te begrijpen, dus vragen ze de naam te spellen. het is een lange naam dus spellen maar. Dan willen ze nog weten wie de kapitein is en ook dat moet gespeld worden en dat was ook geen korte naam. En intussen vaar je door en ben je bij het volgende oorlogschip, die precies hetzelfde wil weten en ook alles gespeld wil hebben. En zo ging dat maar door. Volgens mij waren de stuurlui na een wacht op de brug in hun slaap nog steeds aan het spellen. Na Karachi gingen we nog naar Bombay en daarna naar de Perzische Golf, dus kwamen we weer langs de oorlogsschepen en was het weer van hetzelfde laken een pak. Marinemensen zijn kennelijk kort van memorie en dus moest alles weer gespeld worden. Maar ook daar komt weer een eind aan en doken we de Perzische golf in. Welke havens we daar aangedaan hebben weet ik niet meer, maar in één van de havens kregen we te maken met een zandstorm. De wtk's waren met de hoofdmotor bezig, maar de hulpmotoren vonden dat zand niet zo prettig want het werd door de ventilatie ook de machinekamer ingeblazen. Om de aanzuig korf van de blowers van de hulpmotoren zat een doek als filter, maar die ging dichtzitten met zand, waardoor de motor een beetje lucht tekort kreeg en we alarm kregen op de uitlaatgassen temperaturen. Dus andere hulpmotor bij, aanzuigfilter schoonmaken en weer terug en zo wisselden we een beetje door. Mooi werkje voor de hwtk, dan konden de anderen tenminste doorwerken aan de hoofdmotor. En uiteindelijk kwamen we aan in Jebel Ali, de haven van Dubai, waar ik afgelost werd en op 22 maart 2002 afmonsterde om met verlof te gaan.