Home | Wegwijzer | Verhalen | Geert Jan Leuning

m.s. P&O Nedlloyd Sydney, 2000

Op 26 februari 2000 monsterde ik aan, aan boord van dit schip. Ik weet niet precies meer waar, maar het staat me zo bij dat ik via Japan naar Seoul ben gevlogen en dus in Pusan aan boord ben gestapt, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Het was wel weer op de noordelijke Stille Oceaan tussen de Far East en de US, met name Los Angeles en Seattle. Het was toch wel eens weer prettig om met normale mensen te varen. Dat moet ik trouwens wel even nuanceren. De vorige term zaten er ook normale mensen aan boord, alleen was er toen ééntje bij die kans zag de sfeer te verzieken. Althans voor mij. Ik weet verder niet hoe de anderen er over dachten. Maar nu was de samenwerking uitstekend en dat is toch prettig varen, ondanks dat de noordelijke Pacific in de winter geen prettig vaargebied is. Het nadeel van dit alles is dat er dan ook minder verhalen over te vertellen zijn. Daar kwam dan nog bij dat de huidige kapitein alles kennelijk wat meer onder controle had. Dus geen plankgas varen tegen hoge golven in en dan uren gaan liggen drijven omdat we te vroeg waren. En daardoor was er ook veel minder schade aan schip en lading. Voor zover ik me kan herinneren hadden we op deze dienst niet zo gek veel reefers. Ik weet alleen dat die de vorige term bijna allemaal op de voorkant van het luik van ruim 2 stonden, met het unit naar voren. Waarom dat was, weet ik eigenlijk niet. Misschien dat daar veel aansluitingen aanwezig waren. Dat weet ik niet meer. Feit was echter wel dat bij slecht weer, het zeewater dat over de bak stroomde, precies tegen de reefers, die daar geplaatst waren, smakte met veel gedonder tot gevolg. In mijn herinneringen was dat deze reis een stuk minder, maar misschien hadden we nu nog minder reefers aan boord. Sluiting in de verlichting aan dek hadden we nog steeds genoeg, dus hoefde ik me niet te vervelen. Daar was ik lekker mee bezig en ik liep niemand in de weg. Papier van het ene bakje naar het andere te verschuiven is nooit een hobby van me geweest. Bij de TD op kantoor zat een MO waarmee ik gevaren heb. Ik dacht dat de TD het support team voor het schip vormde en hij dacht kennelijk dat het andersom was. Ik kreeg regelmatig, een paar maal per week, een berichtje van: Zoek dit even uit en zoek dat even uit. Hij had een bericht van een Engels zusterschip gekregen die een probleem had met het "gypsy wheel" van het ankerspil en ik moest even uitzoeken hoe dat precies zat. Dus het instructieboek even bekeken maar daarin was nergens sprake van een "gypsy wheel". Ik had wel een goed idee wat hij bedoelde, maar ik stuurde hem toch maar even een berichtje: What the hell is a gypsy wheel? Toen bleef het een week stil. Hij wist het kennelijk zelf niet. Na een week kreeg ik dan antwoord en het was inderdaad de kettingschijf, wat ik al dacht. Aangezien ik dacht dat die vragen eigenlijk van het schip naar de TD moesten gaan heb ik proef op de som genomen en deze figuur allemaal vragen gesteld, waarvan ik het antwoord wel wist, maar die lastig uit te zoeken waren. Daarna stopten die berichtjes van: Zoek dit en dat even uit, Misschien dat hij ze daarna naar een ander schip stuurde, maar dat weet ik niet.

Dit is de tweede term dat ik op dit schip maakte. Na twee termen na deze werd ik er weer op geplaatst. Ik word ook wat ouder en aangezien ik al deze verhaaltjes uit mijn geheugen moet opvissen, weet ik soms niet meer wanneer iets gebeurde, maar ze gebeurden wel. Zo werd er ergens voor de hulpmotoren een hele berg reservedelen afgeleverd en kwamen er twee mensen aan boord die de uitlaatkleppen (en mogelijk ook de inlaatkleppen, maar daar ben ik niet meer zeker van) van alle hulpmotoren te vernieuwen omdat die nieuwe kleppen beter bestand zouden zijn tegen de zware olie waar de hulpmotoren op draaiden. Zelf denk ik dat dat op de Europese kust is gebeurd en dat ik dus op de zaken vooruit loop. Deze MaK hulpmotoren waren uitgerust met uitlaatgassen turbo's van het merk Holset, als ik me niet vergis. Maar die dingen bleken later niet zo goed tegen de uitlaatgassen van de hulpmotoren te kunnen. Ze vraten het turbohuis en de schoepen op. Dat begon deze term met lekkage van koelwater in de turbo. Dat merk je niet zo gauw. Je merkte wel dat je de expansietank regelmatig moest bijvullen, maar waar was de lekkage. Totdat je zag dat er water uit een turbo van één van de hulpmotoren begon te lekken. Dan ga je op onderzoek uit en blijk je een lek turbinehuis te hebben. Die heb je niet reserve, dus je bent een hulpmotor kwijt totdat je een nieuwe turbo hebt en dat duurt even. Later begon je bij andere hulpmotoren te merken dat de hulpmotor te weinig lucht kreeg en bleek dat de gassen ook de schoepen van de turbo aantastten zodat er gaten in vielen. Dat was kennelijk niet alleen op ons schip en de maatschappij is toen ook begonnen met het vervangen van deze Holset turbo's door BBC turbo's. Maar daar gaat natuurlijk wel een tijdje overheen.

Zoals ik al eerder schreef zaten er deze term normale en goede mensen aan boord. En daarom valt er dus minder te schrijven. Aangezien we wel vaak net ten zuiden van de Aleoeten voeren was dat volgens mijn ideeën wel erg noordelijk en had ik de hoop dat ik een keer het noorderlicht zou kunnen zien. De kapitein hielp me toen wel even uit mijn droom en vertelde me dat we zo'n beetje op dezelfde breedtegraad zaten als de noordkust van Groningen en dat je daar het noorderlicht maar zeer sporadisch zou kunnen zien, maar dat de kans daarop heel klein was. Dus was ik weer een illusie armer . Wat ik me verder nog van deze term herinner was dat we voor het eerst naar Xiamen in China zouden gaan, maar dat we daar geen kaarten voor hadden en die ook nergens konden verkrijgen. Het aanlopen ging nog wel, maar verder moesten we dus maar vertrouwen op de loods. Verder staat me nog bij dat we een scheepstechnicus aan boord hadden met een zeer speciale bulderlach. Die lach zou je nog in een afgeladen voetbal stadion herkennen Maar verder herinner ik me niet zoveel meer van deze term. Op 8 juni monsterde ik af in Pusan om weer naar huis te gaan. Dat werd nog een hele wereldreis. Eerst met de Koreaanse binnenlandse luchtdienst naar een lokaal vliegveld in Seoul, dan met je hele hebben en houden in een overvolle bus naar het internationale vliegveld en daar weer inchecken in een vlucht naar Hong Kong. In Seoul moest je nog een soort tax betalen en daarvoor had je van de agent in Pusan een handjevol lokaal geld gekregen, tot op de Won nauwkeurig. Dan het vliegtuig naar Hong Kong in, die flink wat vertraging had. In Hong Kong aangekomen werden de transit passagiers opgepikt en via allerlei sluipwegen naar een ander vliegtuig geleid die heel snel daarna vertrok. Zo snel zelfs dat ik het onwaarschijnlijk achtte dat mijn bagage op dezelfde tijd aan zou komen op Schiphol als ik. Daar had ik ongelijk in. Mijn bagage was gewoon in het vliegtuig en dat had ik absoluut niet verwacht.