m.s. Tjiliwong, 1971 - '72

 

Nu mocht ik dus dienstdoend 2e wtk spelen op dit schip, dus me maar eens voorgesteld aan de mensen aan boord. De kapitein had ik al eerder ontmoet op de Straat Magelhaen en ik kwam er al gauw achter dat hij nog steeds ontzettende dorst had. De eerste stuurman kende ik ook, daar had ik al mee op de Houtman gevaren en hij was nog steeds niet mijn kopje thee, zoals de Engelsen zeggen. De hwtk kende ik niet, maar de rest leek me wel een goed ploegje. Er stond een apart machien in de machinekamer. Een Werkspoor Lugt. Dit was een motor met lansspoeling, vier uitlaatkleppen per cilinder en de motor had geen nokkenas. Ik kende die motor niet, dus het was wel zaak dat ik de instructie boeken van dit geval een goed bestudeerde. De machinekamer was ook erg laag, dus de zuiger zou er wel aan de onderkant uit moeten, mocht dat nodig zijn. Maar er zat bij de manoeuvreerstand net zo'n wiel als bij de Stork motoren, dus daar zou ik ook wel mee om kunnen gaan. Het schip was gebouwd voor noord China, had ook een versterkte boeg om door ijs heen te ploegen. Nu waren we ook op weg naar China en het was winter. We zouden het wel zien. De hwtk bleek een kort-verbander te zijn. Hij was al met pensioen, maar hij had zijn pensioengeld verkeerd belegd en was het kwijt geraakt. Dan scheelt het als je een schoonzoon in Hong Kong op kantoor hebt zitten, dus mocht hij weer wat geld verdienen op dit schip. De eerste zeewacht die ik liep gebeurde er wat vreemds. De koelwatertemperatuur van één van de cilinders begon opeens op te lopen. Dus dan controleer je snel even alles en bleek dat de koelwateruitlaat van die cilinder geknepen stond. Gauw de toeren van de hoofdmotor terug gebracht en toen stukje bij beetje de afsluiter verder open gezet. Intussen liep ik wat hardop te vloeken van welke idioot die afsluiter had geknepen. Hoor ik een stem: Dat was ik, ik wilde weten of je oplette. De hwtk.! Kijk, dan word ik woest. Dat zijn geintjes die ik niet pik. Van niemand! Ik ben toen een beetje ontploft. Ik heb hem precies verteld wat ik van hem dacht en hij kon waarschijnlijk wel zien dat ik des duivels was. Ik heb hem toen gezegd dat er ongelukken zouden gebeuren als hij zoiets nog eens zou flikken en nou mijn machinekamer uit! En hij ging. Wij doen altijd stinkend on best om de zaak goed te onderhouden en draaiend te houden en dan zijn er kennelijk mensen die zulke geintjes gaan uithalen. Daar kan ik niet best tegen.

Ik moet zeggen dat ik af en toe wel rare gasten aan boord mee maak. Mensen met chronische dorst komt wel vaker voor, hwtk met rare fratsen ook wel, maar dit had ik nog niet eerder meegemaakt. Ik kom 's morgens de machinekamer in en daar staat de eerste stuurman werk uit te delen aan het machinekamer personeel. Ik kan best veel hebben (al zeg ik het zelf) maar dit vind ik toch iets e ver gaan. Dus ik heb hem maar naar de deur begeleid en hem toen een heel klein zetje gegeven. Daardoor struikelde hij over de hoge drempel en viel in de dienstgang, waar zijn mensen van de dekdienst net bezig waren schoon te maken met een uitbundige hoeveelheid aan water. Tja, daar kon ik ook niets aan doen. Maar hij was een beetje boos, dus is hij via de dienstgang naar het achterdek gelopen en daar de werkplaats weer ingelopen, daar heeft hij een hamer gepakt en naar mijn hoofd geslingerd. Hij miste. Dus ik heb de hamer gepakt en ben naar hem toe gelopen, heb hem de hamer aangeboden met de woorden: Pak aan, dan kan je het nog een keer proberen. Verbouwereerd wilde hij de hamer aanpakken, maar ik liet hem uit mijn handen glippen zodat die hamer tussen ons op het dek viel. Maar ik dacht wel dat als hij aanstalten zou maken om die hamer op te pakken het niet best met hem zou aflopen. Hij zag het waarschijnlijk aan me want hij liep zonder iets te zeggen weg. Mijn machinekamer bemanning vond het wel komisch en die waarschuwden me altijd wel even als de eerste stuurman in de buurt was.

Onze hoofdmotor had niet zoveel vermogen. Nu was de Tjiliwong ook geen groot schip, dus we konden het er wel mee doen, maar in de Zuid Chinese zee kan het soms behoorlijk spoken en als je daar tegenin moest kon het voorkomen dat je, volle kracht draaiend, nog maar drie mijl liep. Achteruit dan. Dus soms duurde een oversteek wat langer dan gepland, maar dat kwam ook op andere schepen wel voor, maar ik heb niet vaak meegemaakt dat je achteruit gezet werd met de hoofdmotor volle porrie voorwaarts. Maar je bent nooit te oud om te leren, nietwaar?

Hert was niet alleen ellende aan boord, hoor. Alleen af en toe wat gedoe met mijn collega hoge druk figuren. Maar de rest waren toffe lui. We hadden een hoop lol, samen en goedmoedig plagen hoort daar nu eenmaal bij. Als je 's nachts om middernacht van wacht komt ga je natuurlijk nog een paar biertjes drinken met de derde stuurman. En als het dan mooi weer is zit je buiten. En dan zie je opeens de tweede stuurman op het potdeksel van de brugvleugel zitten met zijn blote kont buitenboord. Hij moest kennelijk nodig poepen en er was geen toilet op de brug. En om nu midden in de nacht iemand uit zijn bed te bellen omdat hij zo nodig moest poepen, dat wilde hij ook niet en dat is natuurlijk te waarderen. Dus loste hij het zo maar op, niet in de gaten hebbend dat het gezien werd. Kijk, daar moet je wat mee doen. Een dek lager dan waar wij stonden was de messroom en tussen de ramen van de messroom en de gangway was een kleine ruimte. Daar kon je net tussen komen, dus hebben we toen een pot pindakaas en dat aan de buitenkant van de ramen gesmeerd. We wisten dat de tweede stuurman om ongeveer half negen 's morgens ging ontbijten, dus er waren wel een paar van ons die er toen net toevallig langs liepen en hem erop attent maakten. Wat is dat nou? Zou er vannacht iets gebeurd zijn? Wat raar, we zitten midden op zee, en ga zo maar door. De tweede stuurman dacht echt dat zijn poep aan boord gewaaid was dus die voelde zich wel wat opgelaten en wij hadden natuurlijk de grootste lol.

In China gingen we naar Sjanghai, Tsingtao en Chingkan/Tsiensin, dat is een heel eind een rivier op. En hoe verder naar het noorden, hoe kouder het wordt. En dan die rivier op. Daar kwam de versterkte boeg van de Tjiliwong wel van pas. Je moest daar ook fluiten voor overstekende voetgangers, want hoewel de plaatselijke Chinezen het warm vonden voor de tijd van het jaar vond ik -25 graden toch niet echt aangenaam. Maar de Tjiliwong was hiervoor gebouwd en daardoor was het best aangenaam in de verblijven. Veel stappen kon je in die kontreien niet, je kon naar get zeemanshuis en de Friendship store, maar dat was het ook wel en met die temperaturen had ik daar niet zoveel behoefte aan. Dus ik bleef maar aan boord. En dan zit je 's avonds lekker in je hutje te lezen, wordt er op je deur geklopt. Een heel stel jonge Chinezen en één oudere. Een leraar van de plaatselijke universiteit met een stel leerlingen en ze hadden een slachtoffer nodig om hun Engels op te oefenen. Mijn hut was niet zo groot, maar ze konden er allemaal in al zaten de meesten op de grond. Ze spraken best redelijk Engels en we hebben eigenlijk redelijk gezellig over alles en nog wat zitten te kletsen. Over hoe het ging in China en in Nederland. Er was alleen één student bij die het alleen maar had over: Before the cultural revolution and after the culcultural revolution. Bij alles begon hij daar weer over en dat begon op den duur aardig te vervelen. En toen zei ik zoiets van dat een culturele revolutie eigenlijk helemaal geen revolutie is als dar wordt bevolen door één enkele man. Dat flapte er even uit en toen schrok ik me dood omdat ik toen besefte waar ik was. Ik keek naar de leraar en die verborg volgens mij een grijns en gaf me een knipoog. Die had zich waarschijnlijk ook lopen ergeren aan die ene knul. De gesprekken gingen daarna nog een tijdje verder maar meneer "revolutie" was wat stiller. Het was eigenlijk best gezellig. Ik heb ze nog een biertje aangeboden, maar dat sloegen ze af. Ik heb me eigenlijk best vermaakt in China, alleen hun arbeidsvitaminen kon ik niet zo waarderen. Zo gauw de bootwerkers begonnen te werken begonnen die luidsprekers op de kade ook te blèren. Van die "lieve schelle" stemmetjes waar je, volgens mij, diamant mee kon slijpen. Niet mijn kopje thee

De hwtk was nog steeds een vreselijke vent. Misschien was dit schip te moeilijk voor hem, ik weet niet op wat voor schepen hij had gevaren bij de KPM. Maar bij het geringste begon hij iedereen al uit te kafferen terwijl er eigenlijk niets aan de hand was. En dat begon ons aardig te vervelen. We deden allemaal ons best maar we ontkwamen niet aan het geraas. Of we deden iets niet snel genoeg of we deden het te snel en dan kon het niet goed gedaan zijn. Nooit was het goed. En ik besloot dat er wat aan gedaan moest worden. Dus ik heb alle wtk's gevraagd een overplaatsingsbrief te schrijven en daarin te vermelden dat met deze hwtk niet te varen viel. Ik heb er zelf ook een geschreven en met die brieven ben ik naar de hwtk gegaan om ze te laten lezen. En ik vertelde hem erbij dat het voor de maatschappij een stuk goedkoper en gemakkelijker was om hem als kort-verbander naar huis te sturen, dan om ons over de vloot te verdelen en te zorgen dat dit schip weer met anderen bemand werd. Daar is hij hevig van geschrokken en hij zei dat het helemaal zijn bedoeling niet was om ons steeds in de grond te boren en hij beloofde beterschap. En daarna deed ook zijn best om zich in te houden. En in Hong Kong kwam zijn vrouw ook aan boord en die hield hem ook een beetje in bedwang, dus daarna ging het eigenlijk wel goed met af en toe een kleine uitbarsting. Ik ben er niet trots op dat ik dit zo heb moeten oplossen, maar daarna werd het werk een stuk aangenamer.

En zo kachelden we dan weer door naar Singapore. Daar moest ook gebunkerd worden en dus gingen de hwtk en zijn vrouw de wal op! De andere wtk's hadden dit vaker gedaan dus moesten ze het deze keer ook maar doen en ik stond aan dek en verzorgde de communicatie met de bunkerboot. Maar als je dan opeens de zware olie over het dek op je af ziet stromen kan je wel begrijpen dat er iets niet helemaal (of helemaal niet) goed is gegaan, dus eerst de bunkerboot maar even verteld dat ze moesten stoppen met pompen. Ze waren beneden een tussenafsluiter vergeten en toen was de tank vol. Er stond een flinke hoeveelheid tegen de opbouw aan te klotsen omdat het schip nogal achterover lag. Gevraagd of die tussenafsluiter nu open was zodat we door konden gaan met bunkeren. We hebben het bunkeren afgemaakt, maar toen zat ik nog met het probleem van de (geschatte) ton brandstof aan dek. Ik kon het niet wegpompen want we hadden daar geen pomp voor. Dus ik besloot het te laten liggen en als we vertrokken waren konden we het wel opruimen. We lagen nogal ver van de stad en veel was er niet overboord gegaan, dus het beste er van hopen. 's Avonds begon het beetje te waaien dus toen de hwtk met zijn vrouw aan boord kwamen was de gangway een beetje glibberig, dus hij had ook gelijk door dat er iets gebeurd was. Wat later moest ik bij de hwtk komen en die vertelde me dat de kapitein had gezegd dat ik bezopen aan dek had gestaan, dus ik kreeg de zak. Ik vertelde hem dat we dan samen onze koffers wel konden pakken. Tja, hij kon mij niet ontslaan, hooguit schorsen, maar de maatschappij had mij aangenomen en dat waren de enigen die mij ook konden ontslaan. Dus zou dat waarschijnlijk in Hong Kong gebeuren en dan zou ik ze wel moeten vertellen dat de hwtk met zijn vrouw de wal op waren en dat de hwtk bij het bunkeren niet aan boord was terwijl er in de Vlootinstructies duidelijk aangegeven was dat de hwtk bij bunkeren aan boord hoort te zijn. Nu heb ik de vlootinstructies nooit gelezen, dus het was pure bluf, maar ik was gelijk weer aangenomen. De volgende morgen vertrokken we maar iemand van de bemanning kwam me waarschuwen dat de bootsman met een brandslang op de olie aan dek aan het spuiten was. Dus als de donder naar dek en daar was de bootsman inderdaad bezig met de brandslang op de brandstof te spuiten. Ik riep dat hij moest stoppen, maar hij wees naar boven. Daar stond de kapitein te roepen dat de bootsman door moest gaan. Ik vroeg hem wat hij aan het doen was. Hij antwoordde dat de olie verdund moest worden. Wat moet je met zo'n vent. Dus ik riep dat hij het dan maar beter gelijk over boord kon spuiten, maar dat mocht niet. Wat moet je met zo'n vent. Zware olie verdunnen door er met een brandslang op te spuiten. Ik dacht dat hij altijd bezopen was maar misschien was de man volkomen geschift. Later hebben de hwtk en ik een brief opgesteld dat, mocht er gedonder van komen, het op een bepaalde datum een fout van de machinedienst was en als het een dag later was het helemaal op rekening van de dekdienst zou zijn. Getekend door hwtk en 2e wtk. En daarmee zijn we naar de kapitein gegaan en gevraagd of hij het ook even wilde tekenen. Hij las het en tekende. De brief is nooit verstuurd, want we hebben er verder nooit iets over gehoord. Zware olie verdunnen. Hoe verzinnen ze het!

Ik weet niet meer waar, maar ergens hadden we ook een nieuwe kapitein gekregen die ook met zijn vrouw aan boord kwam en het klikte kennelijk goed met de hwtk en zijn vrouw. En dan kom je er weer achter dat varen met een normale kapitein wel erg prettig is. De nieuwe kapitein was een gezelligheidsmens en aangezien de hwtk toen ook normaal ging doen werd het toch nog wel een gezellige reis. We gingen de Oost Afrika kust langs en de nieuwe kapitein vond mooie routes zodat er af en toe op zee ook wel wat te zien viel. Het ging er allemaal vrij relaxed aan toe en na de oost Afrika kust voeren we weer naar de Far East. vlak langs de Seychellen. Een mooi stukje varen dus de meesten van ons stonden op de brug uit te kijken. De tweede stuurman had de wacht en die zei opeens: Kapitein, ik zie de bodem! Dat was niet de bedoeling dus even was er een beetje paniek, Het water was daar zo helder dat je op die plek inderdaad de bodem van de zee kon zien. Maar er stond water genoeg, dus er was niets aan de hand. Niemand verwachtte daar de bodem te zien dus dat was wel even schrikken. Ik heb best wel een goed geheugen, maar ik heb het vaarschema niet meer in mijn hoofd, maar uiteindelijk belandden we in Japan. Het was toen ook al bekend dat het schip zou dokken in Singapore en verkocht zou worden

We voeren de kust van Japan af en eindigden tenslotte in Kobe. Daar gingen we voorlopig niet tegen de kant, dus we lagen voor anker, maar er was wel een bootdienst naar de wal. De volgende dag zouden we een zuiger gaan trekken, maar die avond had ik niet de wacht, dus ben de wal op gegaan en daar amuseerde ik me zodanig dat ik het laatste bootje terug miste. Jammer dan, dan ga je nog maar even door, nietwaar? Het eerste bootje de volgende dag om 09.00 miste ik ook. Tja, wat moet je dan, want 's morgens is er niet zoveel te beleven, dus ben ik maar naar de kapper gegaan. Die was dicht, maar er waren wel een heleboel kapsters. Het bleek dat dat leerling kapsters waren. Nou dat kwam dan goed uit want ik wilde mijn haar laten knippen. Dat kon uiteindelijk wel en dan zou het ook nog gratis zijn als ik het niet erg vond dat een leerling kapster mij zou knippen. En zo gebeurde en ze deed het best goed. Ik haalde het bootje van 11.00 nog maar net en toen ik aan boord stapte stonden daar net de kapitein + vrouw en de hwtk + vrouw, klaar om de wal op te gaan en de hwtk keek niet blij. Dat zou wel weer hommeles worden! Een kijkje in de machinekamer genomen en overlegd met de derde wtk. Alles ging goed en hij redde et wel alleen, dus ik heb nog een paar biertjes genomen om het af te leren (niet gelukt) en ben toen maar gaan slapen. Tegen vijf uur 's middags weer wakker geworden, het werk was gedaan. De 3e wtk vertelde me dat hij geprobeerd had mij te dekken. De hwtk had gevraagd waar ik was en de derde had gezegd: hier ergens in de machinekamer, maar hij was er toch achter gekomen dat ik niet aan boord was. Toen had hij de derde wtk op z'n donder gegeven. Zo gauw de hwtk weer aan boord was ben ik naar zijn hut gelopen. Ervan uitgaande dat de aanval de beste verdediging is zei ik tegen hem: Meneer, ik ben niet over U te spreken! Kijk, vanmorgen was ik volkomen fout, maar daar praten we niet meer over. Maar als de derde wtk mij probeert te dekken dan betekent dat dat we een goede ploeg beneden hebben die wat voor elkaar over hebben en dan wordt er ook goed gewerkt en dan moet U dat niet verpesten om de derde wtk dan op zijn donder te geven. Dat is niet eerlijk! Zijn vrouw zei toen ook nog: Ja, dat had je niet moeten doen. Toen wist de hwtk ook niet meer wat hij zeggen moest, dus ben ik maar weer weg gegaan. Niets meer over gehoord

De hoofdmotor op dit schip was een wat vreemd apparaat. Deze motor had geen nokkenas. Iedere zuiger had zijn eigen aanhangende zuiger spoelpomp, aangedreven door het kruishoofd. De zuigerstang van deze spoelpompen waren naar boven toe doorgetrokken en eindigden in het zgn. hondenhok. Daarin zaten een paar nokken en trekstangen naar de vier uitlaatkleppen. De uitlaatkleppen werden dus op ingenieuze wijze bediend door de verlengde zuigerstang van de spoelpomp. Tussen cilinders 3 en 4 was een verlaagd deel van de hoofdmotor. Daar stonden de zes brandstofpompen van de zes cilinders. Die werden aangedreven door nokken op de krukas. Je had dus enorm lange HD brandstofleidingen. Het cilinderdeksel bestond uit twee gedeelten, de binnenkop en de buitenkop. Alle kleppen, uitlaat, ontlast, aanzet en brandstofkleppen en indicateurkraam zaten in deze binnenkop. Als je uitlaatkleppen moest wisselen moest je de hele binnenkop verwisselen. Dat was ook nog een gedoe omdat de machinekamer zo laag was. Dus als hij in de takels hing en de kraan was in zijn hoogste stand, dan kon die binnenkop niet over de tapeinden van de buitenkop heen. Dus doen moest iemand er op gaan staan zodat de binnenkop scheef hing, dan kon dat gedeelte over de tapeinden heen en dan moest men aan de andere kant gaan staan zodat de rest ook over de tapeinden heen kon. De binnenkom werd dan in een kantelbare houder geplaatst en vastgezet omdat de uitlaatkleppen in de binnenkop geschuurd moesten worden. De reserve binnenkop werd dan geplaatst, ook weer kantelend over de tapeinden en daarbij uitkijkend dat het pasvlak niet geraakt werd. De binnenkop werd dan vastgezet met een momentsleutel met een arm van een meter of 3 a 4 en bij iedere moer gingen we er dan met z'n allen aan hangen tot het klik zei. En, hoewel het hoofdmotorgeval zes zuiger spoelpompen had was er ook nog een uitlaatgassen turbine. Tel uit je winst

We waren intussen in Singapore aangekomen en na leegladen gingen we het dok in want het schip was verkocht aan Mercury. De kapitein en de hwtk gingen een hotel in en de bemanning werd van boord gehaald. Het was een Singapore bemanning en misschien had de maatschappij ze elders nodig. Dus geen bemanning. De dag daarna werd mijn derde wtk overgeplaatst en een dag later de vierde wtk ook, dus van de machinedienst waren alleen de leerling en ik nog aan boord. Er was ook nog een grapjas uit Hong Kong die voor superintendant ging spelen en die kwam met een hele lijst van survey items die nog even gedaan moesten worden. Ik vroeg hem hoe dat moest met twee man. Oh, hij zou voor bemanning zorgen. Die heb ik dus nooit gezien. En de volgende dag stond er een surveyer voor mijn neus en dat was een Nederlander. Hij had de survey lijst ook. Ik vertelde hem dat ik alleen met een leerling aan boord was en dat ik niet zou weten hoe we die hele lijst af moesten werken. We doen het samen wel, zei hij. Een spoelpomp voor survey, hij zei: maak dat luikje even open. vier boutjes los, dekseltje er af, Surveyer keek naar binnen en klaar. En zo hebben we in i dag alle survey items afgewerkt en alles was goed. De superintendant snapte er niets van, maar alles was afgetekend. Wij wilden hem er ook helemaal niet bij hebben, Mercury was tenslotte een onderdeel van de RIL Intussen kwamen ook de mensen binnendruppelen die met het schip zouden gaan varen. De hwtk was een Boliviaan met een Duits diploma die woonde in Saigon en resident was in Hong Kong (vreemd). De tweede wtk was er wel maar ik heb hem nooit gezien, de derde wtk had ik aan boord van de Tegelberg meegemaakt, daar was hij hulpmotoren fitter. Wel een goede trouwens. De kapitein was een gepensioneerde kapitein van de Holland Amerika lijn, de eerste stuurman was ook een Nederlander, woonachtig in Nieuw Zeeland, waar hij de laatste 25 jaar taxi chauffeur was geweest. Het schip werd mooi in de kleuren van Mercury geschilderd, de naam werd veranderd in Mercury Gulf. Ik had de nieuwe bemanning eens aangekeken en voelde al nattigheid. Dus toen de officiële overdracht daar was, lag de Margriet ook al langszij, dus daar heb ik gelijk mijn bagage al op gezet. En ja, hoor, de nieuwe hwtk kwam naar me toe en zei dat hij me graag tot Bangkok aan boord wilde houden. Dat had ik dus al verwacht. Dus ik zei dat ik daar niet over kon beslissen, dat zouden mijn superieuren moeten doen, dus hij ging naar ze op zoek en ik verstopte me op de Margriet. Ik was als eerste van boord. Ik zag het al voor me. Niemand had zich in het schip verdiept en dan kon ik mooi 24 uur per dag de boel aan het draaien houden, zeker. Nee, dus. Ze zouden de volgende dag naar Bangkok vertrekken, maar toen ik 4 dagen later naar Nederland vloog lagen ze er nog.

Na de Tjiliwong had ik verlof en studie verlof, dus ik ging weer naar school om me voor te bereiden voor het diploma B-2 en dat heb ik uiteindelijk ook gehaald. Dat was niet het enige wat ik dat verlof gedaan heb. Ik begon ook buitengewone belangstelling te tonen voor een zeer mooie en intelligente dame en die belangstelling bleek wederzijds te zijn. Ik kan nu wel verklappen dat we al meer dan 50 jaar samen zijn en nog steeds gelukkig, maar dat wisten we toen nog niet. Ik had intussen twee termen van twee jaar gemaakt en één van bijna anderhalf jaar, terwijl de termen al teruggebracht waren tot een half jaar. Het gevolg van mijn bemoeienis met een ander mans dochter was dat ik daarna een half jaar ook lang genoeg vond. Begin juli 1973 vloog ik ergens naar toe ( ik weet niet meer naar welke haven) om aan boord te stappen van de Tjiwangi, helaas weer als derde wtk. Dit was gewoon omdat mijn voorganger zijn term vol had en met verlof ging. Ik hoorde wel dat even daarvoor ook mensen uit de machinekamer eerder afgelost werden doordat er iets gebeurd was. Later hoorde ik dat er iets was met de ketel. Daar waren nieuwe pijpen ingezet en toen moest de ketel ge-druktest worden. Dus de ketel werd helemaal gevuld met water, de veiligheden werden af geblind en er werd een HD waterpomp geplaatst en de ketel zou dan op een bepaalde overdruk getest worden. Men was echter vergeten de manometer aan te sluiten. Men vond het wel lang duren dat de manometer iets aan begon te geven, maar toen stroomde het water weer uit de pijpplaten en kon men opnieuw beginnen. En zulke worden door een maatschappij meestal niet zo geapprecieerd. Dus werden er enige mutaties doorgevoerd, maar daar had mijn voorganger niets mee te maken. Dit verhaaltje heb ik dus gehoord, ik ben er zelf niet bij geweest.