Stranding m.s. Tjitjalengka te Nagoya
door tyfoon Vera op 26 september 1959

In de (nieuwe) RIL Post 11 van juli 2005 is te lezen hoe m.s. Tjitjalengka strandde in Nagoya, gezien door de ogen van de assistent purser.

Op de Kumpulan van de KPM, kring Noord-Oost op 13 april 2019 in Groningen kwam tijdens de lezing deze stranding ook ter sprake. Wim Gronloh, destijds 4e wtk aan boord van de Tjitjalengka, vertelde hoe hij dit indrukwekkende gebeuren mee maakte.

       
De krant in Nederland vermeld op 30 september 1959 de stranding van de Tjitjalengka

Al bij aankomst Kobe (de 21ste) gaven radio- en meteorologische instituten al berichten door betreffende een tyfoon (Vera) welke Noord-Japan teisterde en met een snelheid van toen nog ca 16 mph ongeveer in lengterichting over het eiland kwam aanzetten. De richting is natuurlijk nooit elke dag het zelfde, maar in het algemeen was het wel zo.

We vertrokken de 22e uit Kobe en via Osaka ging het op naar Yokkaichi, waar we door zware regen tegen gezeten, een dag vertraging ondervonden en zodoende pas de 25e vertrokken en diezelfde dag in Nagoya aankwamen.

De berichten werden steeds ongunstiger. Er waren al snelheden gemeten van 50 tot 60 mph en dat ging nog steeds onvermoeid verder. De grote plaatsen van het noorden, Kyoto, Yokohama en Tokio telden al vele honderden doden en de stortregens, waarmee elke tyfoon gepaard gaat, hadden hele stadswijken weggeslagen en land overspoeld.

We kregen de opdracht om de 26e niet te vertrekken naar Yokohama, doch te blijven schuilen in een "Shelter bay" van Nagoya. Volgens de berichten zou het centrum over Nagoya komen om ca. 23:00 uur. De windsnelheid was 60 - 70 mph en het centrum zou een diameter hebben van ca. 200 mijl. Ontkomen was dus totaal uitgesloten: we gingen schuilen, nadat er als paarden was gewerkt aan dek en in de machinekamer om alles in gereedheid te brengen.

Het verloop was als volgt:

12:00
De Barometer zakt veel en wind steekt op. De brug vraagt de machine aan met de melding dat we over 2 uur vertrekken van onze huidige ligplaats aan de kade. De marconisten zijn onophoudelijk op hun post om de ontwikkelingen van het weer in de gaten te houden.

14:00
De trossen worden los gegooid van de kaai en gaan we op weg naar de shelter plaats.

16:00
Na 2 uur manoeuvreren wordt "Gereed met machines" gegeven door de brug. We liggen aan 2 ankers met kettingen van elk 200 vadem in de baai de tyfoon af te wachten.

16:20
De wind steekt nog verder op en de lucht trekt dicht, De brug vraagt Standby aan van het machinekamer personeel. De barometer zakt nog steeds en staat inmiddels op ca 950 millibar)

17:00
De storm is sterk aangewakkerd, de eerste stortbuien belemmeren het zicht en slaan als staalsplinters tegen het schip.

19:00-21:00
S.O.S. seinen worden opgevangen van een eveneens hoger in de baai schuilende Zweed: hij is onbestuurbaar geraakt.
Met de 21 andere schepen die in de baai liggen wordt het een zware strijd. Vele ankers krabben en men zwaait langs elkaar. Voortdurend manoeuvreren is nodig om uit de buurt van elkaar te blijven. Het zicht is nog maar enkele meters. De regenvlagen slaan de ramen van het 2e klas passagiersdek met lijsten en al over dek (4mm glas en lijsten van 0.8 tot 1.2 m!) In de officiersverblijven stroomt een duim water door hutten en gangen. Het schip helt 15 graden over stuurboord door de sterke windkracht. Het catering departement draagt voortdurend teilen water weg en ontruimt de hutten voor zover mogelijk. Alle ramen zijn intussen versplinterd op 6 na (ook van de eerste klas!) Het wrakhout en gebroken glas ligt overal aan dek, voor zover niet al weg geslagen is. Vele S.O.S. seinen komen binnen.

19:30
Op het voorschip is het ankerspil onklaar geraakt! Electriciens en klaar staande wtk's komen op de bak, maar werken onder die moeilijke omstandigheden is praktisch uitgesloten door de snijdende storm en regenvlagen. De conclusie is dat de bandstopper onbruikbaar is.

20:00
Het centrum van de tyfoon ligt nu boven Nagoya. Het schip is niet meer op de wind te houden en slingert van bakboord naar stuurboord. De ankers beginnen te krabben, ook na vele malen ophalen, manoeuvreren en weer laten vallen. De barometer is nog verder gezakt tot onder de 900 millibar, de windsnelheid is ca 160 mph!! Er is praktisch geen zicht meer, ook niet achter de ramen van de brug. De radar blijft de boeien van de zandplaat aangeven, welke zich aan de rand van de baai bevindt.

20:30
Steeds meer worden we terug gedreven en komen gevaarlijk dicht bij de boeien. De ankers houden niet meer. Het schip krabt zijdelings van de ankers weg (iets wat de meesten tot nu toe voor onmogelijk hadden gehouden).

21:00
AAN DE GROND. Het roer werkt niet meer en het schip wordt ver over de zandplaat geschuurd. Alles kraakt en wringt. De gezagvoerder besluit het schip te laten zinken om verdere averij te voorkomen. In overleg met de technische dienst besluit men de ballast tanks, drinkwatertanks en brandstofbunkers (voor zover leeg) vol te laten lopen met zeewater. De pompen zuigen regelmatig zand aan en het is een hels karwei.

22:00
Het centrum van de tyfoon is over, de storm luwt en de regen verminderd. We hebben nog maar 12 voet water aan bakboord, terwijl de diepgang van het schip 22 voet bedraagt. We liggen vast als een rots en het oorspronkelijke plan, de tanks later leeg te pompen en dan weer vlot te komen bij hoog water blijkt al onmogelijk te zijn. Het zal minstens sleepboten werk worden.

23:00
De tyfoon is praktisch over en de schade is groot. De machinekamer is onafgebroken in touw met het verder volpompen van de bunkers en het bijhouden van het bedrijf.

27 september
Bij laag water staan we nog slechts in 4 Š 5 voet water en liggen ver van de vaargeul verwijderd. Door de harde wind was het water in de baai behoorlijk opgestuwd en al dat water trok na de storm weer weg, zodat we stevig in het zand gezakt waren. Japanse huisjes drijven voorbij, evenals enorme hoeveelheden wrakhout etc. Nagoya telt ca 400 doden. Een radio verbinding met de wal is tot stand gekomen: surveyors komen aan boord en constateren, dat slechts zandzuigers een vaargeul kunnen graven om ons van de plaats te krijgen. Het karwei zou zo'n 2 Š 3 weken moeten duren!

   
Tjitjalengka hoog en droog op de zandplaat

De klus duurt overigens 3 maanden en op 23 december 1959 is het zover. Sleep boten en eigen anker gerei maken de Tjitjalengka weer vlot.

             

op 23 december 1959 gaat er eindelijk een vreugdevol telegram naar huis: We varen weer.

 

Tijdens de drie maanden op het strand moesten de maten natuurlijk wel een beetje bezig gehouden worden, ook in de avonduren. Daardoor gingen we om beurten een weekendje de wal op, werd in de machinekamer alles overhaald wat er maar even voor in aanmerking kwam (ook de Chinese bemanning was natuurlijk nog aan boord) en s' avonds werd af en toe een stukje toneel opgevoerd door een paar feestgangers. Geen klasse, maar wel heel leuk. Toen het schip weer eenmaal kon varen, was er geen tijd meer voor lolletjes! Zo kostte het bijvoorbeeld al heel veel moeite om de met zeewater (en zand) volgespoten brandstof- en drinkwatertanks weer schoon e krijgen. Ik weet nog dat er dagenlang brak water uit de kranen kwam. (de dokter had na spoelen en vers water tanken, wel vastgesteld dat het bacterieŽn vrij was...).

 
Zandbank feest met commodoor Hoetjer, 2e en 3e wtk en de vertegenwoordiger van Lloyds
         

Ziekenhuis bezoek

Het schip lag zo hoog op het strand, dat de by-pass voor het koelwater bij eb droog kwam te staan en de hulpmotoren dus gestopt moesten worden en worden overgegaan op noodaggregaten.
Dat betekende dat we twee keer per dag gedurend korte tijd helemaal zonder stroomm zaten, ook in de machinekamer.
Niet zo'n probleem, maar wel heel gevaarlijk als er onder de plaat gewerkt was en er nog enkele open lagen tijdens de donkerte....

Dat was nu ook het geval en het bizarre was, dat ikzelf de tweede wtk daar nog op had gewezen. Maar eenmaal in het donker, vergat ik het spontaan, stapte in het gat en donderde twee meter omlaag tussen de pijpleidingen.
Dezelfde tweede wtk hees me er weer uit (beer van een vent, je ziet hem ook op wat foto's) en droeg me de machinekamertrappen op naar de dokter. Ik had niets gebroken, maar wel een flinke vleeswond bij mijn enkel.

Toen dat niet snel genoeg genas, moest ik naar het ziekenhuis in Nagoya, onderweg langs de lijken onder de bomen, waarlangs mensen hun geliefden zochten en langs de hoeken van straten met schalen Lysol om infecties (zoveel mogelijk) tegen te gaan.
In het ziekenhuis vierde ik de kerstdagen en kon daarna weer aan boord met de sampan. De orthopeed van het ziekenhuis krabbelde nog een kort verslag van zijn bevindingen op een papiertje en gaf me dit mee. "Leuk voor thuis" dacht ik en stuurde het naar Holland.

 
Ontslagbrief van het ziekenhuis