m.s. Straat Magelhaen, 1971

Tijdens mijn verlof kreeg in te horen dat ik op 1 Januari 1971 was bevorderd tot 3e wtk en in April vloog ik naar Durban om op te stappen op de Straat Magelhaen. Op Schiphol bleek dat in 1,5 kg overbagage had, maar daar deden ze verder niet moeilijk over. Dus ik vloog naar Johannesburg en daar moest ik overstappen om naar Durban te kunnen vliegen en daar begon de ellende. Ik had 1,5 kg overbagage en daar moest voor betaald worden. Dus ik zei dat ik daar het geld niet voor had. Mijn maatschappij heeft me een ticket tot Durban gegeven en daar is voor betaald, dus als ze meer geld wilden hebben moesten ze zich maar in verbinding stellen met mijn maatschappij, maar dat ga ik niet betalen. Trouwens, zoveel geld heb ik niet bij me. Het werd een heel gedoe. Zij wilden geld zien anders mocht ik niet mee naar Durban en ik zei dat ze dat maar moesten bespreken met ons agentschap in Durban en we hadden er misschien ook wel één in Johannesburg, dus dat moesten ze maar uitzoeken. We hadden toen natuurlijk nog geen bankpasjes en ik vlieg ook niet met een zak geld naar het buitenland anders arresteren ze je misschien nog wegens deviezen smokkel. Zij gaven niet toe en ik ook niet. Maar even voordat het vliegtuig naar Durban zou vertrekken lieten ze me gaan en ik vloog dus toch naar Durban waar ik aan boord van de Straat Magelhaen stapte en de zaak over nam van mijn voorganger. De hwtk was een beetje apart. De 3e wtk hut grensde aan de hut van de hwtk en hij wilde zijn rust, mijn voorganger, een dienstdoend 3e wtk mocht dus niet in die hut en moest in de 4e wtk hut verblijven, waar we er twee van hadden en aangezien ik aangesteld 3e wtk was mocht ik wel in de officiële 3e wtk hut. Een beetje vreemd allemaal, maar het was nu eenmaal zo. Als je net aan boord komt pas je je maar een beetje aan, nietwaar? Uiteindelijk was de hwtk best een geschikte pief, alleen een beetje lawaaiig. Als hij iemand nodig had dan gaf hij een grote brul vanuit zijn hut. En dan kwam het persoon, die hij wilde spreken, er vanzelf aan. Hij had ook de gewoonte om 's morgens om 07:00 met veel geraas op zijn Zweedse klompen de trap voor mijn hut af te komen. Dat vond ik niet altijd even leuk als je om 04:00 van wacht af was gekomen en met de 2e stuurman nog een biertje had gedaan. Dus dan gaf ik ook maar een brul: Welke idioot komt er 's morgens om zeven uur met zoveel lawaai die trap af. En dan kon ik hem horen grinniken. In een haven had ik de stille wacht en hij was ook aan boord en toen heb ik mijn muziek lekker hard gezet en ja hoor, even later: Leuning, zet dat ding wat zachter! Ik: Wat zeg je? en zo ging dat nog een paar keer door. Toen stond hij in mijn deuropening en seinde dat ik de muziek wat zachter moest zetten. Dat deed ik en zei, Sorry, ik kon u niet verstaan, de muziek stond een beetje hard. Hij had een lach van oor tot oor en vroeg : Zin in een biertje?

De hwtk was dus een geschikte peer, van de kapitein hadden we ook geen last, want die was meestal bezig zijn chronische dorst te lessen. Dat gaf aan tafel wel af en toe wat verwarde conversaties, maar dat was eigenlijk alles. De eerste stuurman was de man die ik, jaren eerder op de Straat Fremantle voor kapitein had aangezien en daar was ook niets mis mee. En de tweede wtk mocht er ook best wezen, dus al met al een goede ploeg aan boord en dat maakt varen dus fijner. We gingen de kust van West Afrika op. Ik ben wel op betere plaatsen geweest, maar je zit nu eenmaal op een schip op die dienst dus je moet er maar het beste van maken. Ergens op de kust zouden we tonijn als vrieslading krijgen, alle kamers vol, dus de kamers werden ingevroren en maar wachten op de dingen die zouden komen. Nu waren we een beetje vertraagd, dus toen we in de haven aankwamen waar we die tonijn zouden laden stonden daar een stel vrachtwagens op de kade met een dekkleed over de lading en die vrachtwagens stonden er al een paar dagen. En daar zat onze vrieslading in. We waren dus niet van plan dat mee te nemen, maar er kwam een Schotse surveyer en die zei dat we het wel mee konden nemen. Hij schreef een heel verhaal in ons vriesjournaal over hoe de vis was aangeleverd en dat het schip niet te claimen was. Dus we kregen het aan boord. De tonijn was al slap, maar we moesten maar kijken wat het zou worden. Dus veel vocht in de vrieskamers, die vriezen - ontdooien- vriezen en ga zo maar door. Maar ruim voor Japan, waar die lading voor was, hadden we de zaak goed op temperatuur. Het gevolg daarvan was dat ze in Japan pneumatische bikhamers moesten gebruiken om het spul te kunnen lossen want het was een grote klomp aan elkaar gevroren vis. Toen hoorden we ook dat die vis bestemd was voor een fabriek in dieren voedsel.

Dit was eigenlijk een probleemloos schip voor zover ik me kan herinneren. Je had je onderhoud, maar verder gebeurde er betrekkelijk weinig. De dienst was de CHIWAS, dus China - West Afrika en terug. In West Afrika moest je de boel goed op slot houden, maar dat lukte niet altijd even goed. Ik liep naar mijn hut in een haven en ik kwam in de gang een vent tegen. Hij had een grote AKAI taperecorder in zijn armen en er zat een dymo tang plakkertje op met de naam. G.J. Leuning. Dus ik vroeg hem: Joh, waar ga je met die tape recorder naar toe? Hij zei: Die doet het niet meer en de 3e wtk heeft me gevraagd het apparaat te repareren. Tja, hij had zijn verhaaltje dus wel klaar, alleen had hij de verkeerde voor zich. Hij had zijn armen vol, dus ik heb hem een ram voor zijn kop gegeven. Hij viel achterover, dus mijn taperecorder viel zacht. Ik heb hem die taperecorder toen maar afgepakt en hem vriendelijk doch zeer dringend verzocht om heel snel weg te wezen en ik heb mijn tape recorder maar weer naar mijn hut gebracht en zeker gemaakt dat de deur op slot zat.

Op één van de oversteken werd er gegist buiten boord door de dekdienst en wij namen diagrammen en deden allerlei metingen. De volgende dag zei de baas tegen de leerling: Uit de metingen is gebleken dat de slip van de schroef wat aan de hoge kant is. Dus ga de bijbuigbeugel voor de schroef even halen. Die staat achter de achterpiekschot deur. De 2nd heeft de sleutel. Dus de leerling naar de 2nd. voor de sleutel van de achterpiekschot deur. Die heb ik niet, zei de 2nd. De leerling zei dat de hwtk had gezegd dat de 2nd hem had. Dus de 2nd naar de hwtk om te zeggen dat hij die sleutel niet had, maar even later viel het kwartje. De leerling werd natuurlijk van het kastje naar de muur gestuurd maar hij begon al wat nattigheid te voelen. Uiteindelijk zou de 5e wtk die sleutel dan hebben, maar die had hem ook niet. De 2nd vond dat hij die sleutel, met dat grote blok hout er aan, had weggemaakt en dat hij er dan ook maar voor moest zorgen dat die sleutel weer terug kwam. De leerling had intussen wel door dat hij er tussen was genomen, maar de 5e wtk is nog dagen aan het zoeken geweest naar de sleutel van de achterpiekschot deur.

Als derde wtk loop je de 0 - 4 wacht en de 12 - 16. En daarbij werk je vaak 's ochtends ook van 9 - 11 en soms ook van 16 - 17. Daar is niets mis mee. Wat wel vervelend is, is als je opvolger steeds te laat is. Dat kan best een keer voorkomen maar als het schering en inslag is begint het vervelend te worden. De man die om 04:00 op wacht hoorde te komen was de 4e wtk. Een goede wtk en een fijne vent, maar wat moeilijk uit zijn bed te tremmen! Je gaat hem on half vier porren en om kwart voor vier nog eens en dan hoort hij om vier uur beneden te zijn. Meestal moest ik dan om vier uur nog eens gaan porren en ook vaak nog om kwart over vier en dan bestond de kans dat hij dan om half vijf kwam aflossen. Dat begint te vervelen! Dus de volgende keer dat hij om vier uur niet beneden was ben ik weer naar boven gegaan en een emmer ijswater meegenomen. Dekens opgeslagen en plons. Om kart over vier nog maar eens gaan kijken. Zat hij kleddernat op de rand van zijn bed, maar vast in slaap. Hem een zetje gegeven zodat hij tegen het dek smakte en toen was hij wakker. Het was geen jongen die 's avonds laat aan de bar hing. Wat moet je daar nu mee? Ik heb hem toen maar verteld dat ik hem de volgende keer zou komen porren met een zachte hand over de onderbuik als hij weer te laat was. En dat was al gauw zo. Maar ik had ook niet stil gezeten. Ik had een handschoen gevuld met poetskatoen en die handschoen vastgebonden aan een bezemsteel, dus toen hij weer niet om vier uur beneden was ben ik naar zijn hut gegaan en met dat ding behoorlijk hardhandig onder zijn dekens tekeer gegaan. Hij is daarna nooit meer te laat gekomen

Ik heb al verteld dat onze kapitein een chronische dorst had. Persoonlijk heb ik hem tijdens mijn tijd aan boord eigenlijk nooit nuchter gezien. In Hong Kong werden kapitein, eerste stuurman en hwtk ontboden op kantoor. En volgens overleveringen kreeg de stuurman daar te horen dat, als het te gek werd met de kapitein, hij ten alle tijde het commando over mocht nemen. De hwtk was getuige. In Durban kregen we een nieuwe kapitein, maar die scheen hetzelfde probleem te hebben. Onze kapitein had een kanarie en de nieuwe kapitein had een kat. Bij de overdracht hadden beide mannen hun keel goed gesmeerd en het enige wat uit de kapiteins hut kwam was pietepietepiet en miauw miauw miauw. De overdracht tussen twee kapiteins. De nieuwe kapitein ging zolang in een passagiershut. Daar werden 's morgens twee flessen whisky naar binnen gedragen en 's avonds leeg weer uit de hut gehaald. Zoals jullie misschien weten wordt de haven van Durban gerund door de South African Railroads, dus je moest daar altijd veel rangeren. De grote havenrondvaart zogezegd. Dat deed de eerste stuurman. Gedurende onze tijd in Durban hebben we de nieuwe kapitein niet gezien. Het gerucht ging al gauw dat de nieuwe kapitein in West Afrika voor een gerecht moest verschijnen vanwege een brand op de Straat Bali, als ik me niet vergis. Hoe dan ook, bij vertrek Durban was de nieuwe kapitein bij de tijd, hij heeft geen druppel meer gedronken en dan was het een zeer aimabel mens en nog een vakman ook, naar ik van de stuurlui hoorde. Hoe het verder afgelopen is weet ik niet, want ik werd in Kaapstad overgeplaatst. Ik moest dienstdoend 2e wtk gaan spelen op de Straat Korea.