m.s. Straat Korea, 1971

Tjonge, ben je net 26 en dan wordt je tot dienstdoend tweede wtk gebombardeerd op misschien wel het modernste schip dat we op dat moment bij de RIL hadden. Een schip met 0-mans wachtbezetting. Had ik nog niet eerder meegemaakt. Mijn voorganger voer nog mee tot Durban om me in te werken en daarna moest ik het zelf maar proberen de rooien. We hadden trouwens toch een jonge ploeg in de MK, want de hwtk was net 29 geworden. Dat 0-mans wachtbezetting was trouwens betrekkelijk omdat de brugbediening van de hoofdmotor niet werkte. De Straat Korea was de Kloosterkerk van de VNS. De brugbediening was er later ingebouwd, heb ik gehoord. Er stond in de machinekamer ook een pneumatische kast waarmee de brugbediening van de hoofdmotor werd bediend en dat werkte dus niet. We konden er verder ook niets aan doen omdat we er geen schema's e.d. van hadden, dus bij druk scheepvaart verkeer liepen we wel wacht door, maar midden op zee was de machinekamer onbemand. Nog één nacht hebben we op zee wacht gelopen toen de alarmering van de cilinder smeerolie toestellen niet meer werkte, maar dat hadden we vrij snel weer gerepareerd. de kapitein en de eerste stuurman waren wel een stuk ouder, maar daar konden wij ook niets aan doen. We waren op weg naar Japan, dus een hoop havens onderweg. Na aankomst in een haven spoedden de hwtk en ik naar de hut van de kapitein voor een aankomst biertje maar ook om iets anders. De kapitein was tegen zijn pensioen en in de havens kregen we vaak allerlei papieren aan boord, een gedeelte voor de dekdienst en een gedeelte voor de machinedienst. De kapitein was dan druk bezig aan zijn bureau om die papieren te sorteren en het spul voor ons gooide hij dan over zijn hoofd achter zich met de woorden: Baas, dit is voor jou! Dus die papieren dwarrelden dan door de hut en de baas en ik hadden dan haast om ze op te rapen. We hadden namelijk een weddenschap lopen. De kapitein had namelijk heel vaak een druppel aan zijn neus hangen en de weddenschap luidde: Als die druppel op onze papieren was gevallen kreeg de baas, een biertje van mij en als er geen druppel te bekennen was kreeg ik een biertje van de baas dus was er haast bij om de papieren te controleren en intussen hadden we erg veel plezier. In Kobe lagen we een tijdje en die avond had ik de stille wacht. De derde stuurman en de vierde stuurman hadden een meisje aan boord. Aangezien de meeste officieren de wal op waren voelde de kapitein zich een beetje eenzaam, dus die scharrelde aldoor door de gangen. De hwtk was ook de wal op, dus de beide stuurlui hadden hun meisjes maar even in de hut van de hwtk geparkeerd. Maar de kapitein kwam bij hen zitten en bleef daar eigenlijk heel lang kletsen. De meisjes verveelden zich en uiteindelijk zijn ze toen maar in het bed van de hwtk gaan liggen. Maar na verloop van tijd kwam de hwtk ook weer thuis van de wal en vond twee lieftallige Japanse dames in zijn bed liggen. Tja, wat doe je dan? Hij is er bij gaan liggen en de derde en vierde stuurlui hebben hun meisjes die nacht niet meer gezien

Dit was een fijn schip om op te varen, maar helaas was het maar van korte duur. Op dit schip had de 2e wtk eigenlijk zijn B-diploma nodig en dat had ik niet dus was dispensatie aangevraagd zodat ik op dit schip kon varen. Maar in Singapore lag de Tjiliwong met een 2e wtk aan boord die zijn B diploma wel had, dus die werd van boord geplukt en op een vliegtuig naar Japan gezet en ik werd in Yokohama in mijn kraag gepakt en op een vliegtuig naar Singapore gezet. We hebben elkaar dus niet gezien. Ook geen overdrachten gemaakt want daar hadden we geen tijd voor. Ik vloog op eerste kerstdag van Japan naar Singapore op een vrij late vlucht. Aangekomen aan boord was daar geen mens te bekennen. In de messroom waren nog wel de overblijfselen van een losbandig leven, zoals het kerstdiner. Dus ik heb maar naar de hut van de 2e wtk gezocht en gevonden. De deur was open, het bed was niet opgemaakt, laat staan verschoond. Welkom aan boord van de Tjiliwong. Bij elkaar had ik anderhalve maand op de Straat Korea mogen varen