m.s. Straat Johore, 1974

 

In april vloog ik naar Australië, naar Melbourne, als ik me niet vergis, om te gaan varen op de Straat Johore. Toen ik aan boord stapte was er in ieder geval één persoon die ik kende, de hwtk. Daar had in 3/4 jaar geleden mee gevaren op de Tjiwangi en daar kon ik goed mee opschieten. Ik kreeg het schip over als zijnde een vakantie boot. Ik kan er niets aan doen, maar als zoiets tegen mij gezegd wordt, word ik altijd een beetje argwanend. Is het een vakantie boot of is her ervan gemaakt? De eerste wacht die ik liep dacht ik bij mezelf: Wat is dit nou? Het leek wel of de hele hoofdmotor stond te dansen, dus ik ben maar eens onder de plaat gedoken. De twee daarop volgende havens zijn we bezig geweest de fundatie bouten vast te slaan met slagsleutel en voorhamer. We konden niet overal even goed bij, maar het zou in ieder geval wel een verbetering geven want zo'n 3/4 van de fundatie bouten zaten los. Maar voor de rest was het inderdaad een probleemloos schip en ik heb er fijn op gevaren. We waren op weg naar India en we hadden in Australië koel- en vrieslading geladen in onze kamers, wat de vrieslading was weet ik niet meer, maar de koellading waren sinaasappels. Het spul werd ergens gelost en de eerste stuurman kwam de hut van de hwtk binnen, hij had een sinaasappel bij zich die hij met één hand opgooide en weer opving en toen liet hij de sinaasappel vallen en dat zei werkelijk: KLUNK! De hwtk schoot overeind en vroeg: Komt dat uit onze koelkamers? Nee, zei de stuurman, uit onze vrieskamers. Dat maakte de paniek niet minder, maar de stuurman had lol. Tijdens het laden had één van de wharfies waarschijnlijk een sinaasappel gepikt en die tijdens het laden van de vrieskamers op een fankoker gelegd in de vrieskamer en hem verder vergeten. Tijdens het lossen van de vrieskamer had de stuurman hem zien liggen en vond dat wel even een gelegenheid om de hwtk even te laten schrikken.

Er lag al een hele tijd een lek turbinehuis in de machinekamer en wat moet je met dat ding? Dus de hwtk had een brief geschreven, zeven en een half kantje lang, naar de technische dienst van de RIL om te vragen of het ding nog bewaard moest worden of niet. En als laatste alinea had hij geschreven: Gaarne zien we Uw antwoord met een enkel woord tegemoet. We lagen in Cochin in India ende hwtk kwam bij me. Hij had een telegram gekregen van de chef technische dienst en daar stond één woord op. Vrijzetten. Ik vroeg de hwtk: Moet dat? Hij vroeg me: Hoezo? Ik zei dat ik dat huis net verkocht had aan een oud ijzer opkoper. Oh, dat was ook goed. Dus later die dag kwam er een kano langszij en daar moesten we dat huis in laten zakken en dat probeerden we ook, maar die lui in de kano begonnen te schreeuwen. Het huis was te zwaar voor de kano, dus we hezen het ding weer aan dek. Het duurde een tijd maar toen kwam er een grotere kano en die bleef drijven met het huis er in, maar ze hadden maar een vrijboord van een paar centimeter. Ik heb ze de hele weg naar de overkant van het water nagekeken want ik verwachtte niet dat ze de overkant zouden halen. Ik had de centen tenslotte al dus wat er met dat huis zou gebeuren was me worst. Maar ze hebben het wel gehaald. Van het geld dat we gebeurd hebben, hebben we een week lang krab en kikkerbillen van gegeten. Ik heb daar trouwens wel wat afgelachen, maar daar zullen we het morgen over hebben.

De hwtk kreeg in Cochin ook nog een ander telegram. Voor onze tijd aan boord was er kennelijk een bowl van een separator de wal op gegeven voor reparatie. Of het nu een tikfout van de sparks was of dat de zender niet zo goed was in Engels, er stond in ieder geval: Bowel Chief Engineer's unrepairable. Dat was dus niet best voor de hwtk, daar kon een dokter ook niets meer aan veranderen. We lagen in een deuk. Ook was er wat commotie op de kade. Er waren een paar kisten gelost en daar stond iemand stennis over te maken. Zijn lading was beschadigd en wie zou dat betalen? Daar werd een lading Surveyor bij geroepen. Die Surveyor, een Schot, pakte een stoel en zette die in de schaduw van een loods neer op een plaats waar ook nog een zuchtje wind stond en zat daar aan zijn pijp te lurken. De ontvanger van de spullen stond met zijn kisten in de volle zon en was bezig de boel uit te pakken en te tonen aan de Surveyor. Dat leek me wel interessant, dus ik ben er maar eens naar toe gelopen. In die kisten zaten elektrische schakelapparatuur en die waren inderdaad beschadigd, er warenstukjes van afgebroken. Ik heb een praatje met de Surveyor gemaakt, want ik was benieuwd waar hij nu naar keek. Ach, zei de Schot, die vent probeert de boel te belazeren zodat hij een claim kan indienen. Dit is tweede keus schakelapparatuur. Ze werken allemaal prima, hoor, maar hij heeft gewoon tweede keus besteld en dat is schakel apparatuur met kleine beschadigingen. Kijk, al die apparatuur is netjes ingepakt in plastic en ik laat hem alles uitpakken. Lekker in de zon zodat hij weet dat hij aan het werk is. Als er in één van die verpakkingen ook het stukje van de beschadiging zit, dan valt er misschien over een claim te praten en zo niet, dan weet die kerel dat hij zulke ongein niet nog eens moet proberen, want daar trappen wij niet in. Logisch, nietwaar?

Na India gingen we weer terug naar Australië en we voeren door de Bight. Prachtig mooi weer en toen zag ik iets wat ik nooit eerder gezien had. Schepen, ondersteboven varend en een heel eind boven de kim. Ik denk dat de heren stuurlui zoiets wel vaker gezien hebben, maar voor mij was het iets nieuws. Zo'n luchtspiegeling had ik nooit eerder gezien. Maar dat even ter zijde. We waren in Melbourne en daar staakten ze nogal eens en nu ook weer. Waar wij lagen stond een loods en daar stond een deur open en in die loods stond een lading bier. Daar was een wharfie naar binnen gelopen en had zich klem gezopen aan gratis bier. Hij werd gesnapt en overgedragen aan de politie. Daar hadden wij niets te maken maar we hadden een walk-off. De wharfies vonden dit "victimizing" van één van hun en dat was niet eerlijk. Dan hadden ze de deur van die loods maar dicht moeten doen! Eigenlijk een volkomen bezopen redenatie, maar het duurde wel erg lang voordat dit allemaal opgelost was en wij lagen daar maar niets te doen. Aan dek, dan. Maar intussen werd onze bemanning ook bewerkt. Ze zouden niet genoeg verdienen en ze moesten het niet langer pikken en ze moesten van boord lopen en de wharfies zouden onze bemanning wel helpen om loonsverhoging te krijgen en de wharfies zouden wel voor hotel accommodatie zorgen. Dus toen we uiteindelijk zouden vertrekken liep onze bemanning van boord. Tja, wat nu? We vertrekken gewoon, dan maar zonder bemanning, zei onze kapitein. Dus de trossen werden opgekort en iedereen aan boord hielp mee. Maar toen was de sleepboot opeens solidair met onze bemanning, dus gooiden ze los en vertrokken. Maar we lagen precies in een knik in de kade. dus we konden zonder sleepboot ook wel vertrekken, zei de loods, want die vond het prachtig. Maar toen wilden de mensen aan de wal onze trossen niet losgooien. De kapitein riep vanaf de brug: Kappen! De 4e wtk rende naar het kantoortje, want daar hing een brandbijl en daarmee rende hij weer terug naar de bak en begon op de tros te hakken. Op de tros maakte dat geen indruk, want die veerde gewoon lekker mee, maar het maakte wel indruk op de mensen aan de wal want ze gooiden ons wel los en we vertrokken. Toen we langs de poort voeren zagen we dat onze bemanning net in overval wagens werden geladen. De loods afgezet en we voeren richting Sydney. De volgende morgen met z'n allen het dek wassen, we hadden ook een oude Amerikaanse passagier aan boord, die vond het prachtig, Mutiny on the Straat Johore en hij was 's morgens om 6 uur opgestaan om koffie voor iedereen te maken. Ik ben ook nog een tijdje roerganger geweest, maar dat was geen succes. Als je dat nog nooit eerder hebt gedaan dan valt sturen op het kompas niet mee. Ik denk dat mijn slingers steeds groter werden dus ik heb het maar weer aan de professionals overgelaten. Er moest natuurlijk ook gekookt worden. De hofmeester had alles natuurlijk wel achter slot en grendel zitten, maar daar hadden we geen moeite mee. Die waren er zo af. Dus ook in de kombuis werd goed samen gewerkt, er werd brood gebakken, dat mislukte wel een beetje, maar er werd verder niet naar hoeveelheden gekeken en een wijntje bij het eten was ook nooit weg. Maar toen we in de buurt van Sydney kwamen kregen we bericht dat we terug moesten naar Melbourne om onze bemanning op te halen en als we dat niet zouden doen werd het schip in Australië zwart verklaard. Dus zijn we omgekeerd en terug gevaren. Toen we de loods op moesten nemen belde de hwtk me. Speel jij even voor hwtk want ik sta net te koken. Dus zo geschiedde. We werden naar de Victoria docks gedirigeerd, want daar konden we zonder sleepboot niet meer uitkomen. Bij voor en achter stond ik met de tweede stuurman en de sparks achteruit. We hebben waarschijnlijk niet volgens de regels gewerkt, want we kwamen wat bolders tekort en daarom hadden we de laatste tros maar om het dekhuis heen gelegd. Maar we lagen wel vast. Onze bemanning kwam heel timide weer aan boord. Ze hadden niet verwacht dat we zonder hen zouden vertrekken en van het hotel, dat de wharfies beloofd hadden, was ook niet veel terecht gekomen. De baas van de vakbond was ook over gekomen om de kapitein te vertellen dat hij dat nooit meer mocht doen! Deze episode stond bij ons bekend als de Crewless Cruise en we hebben ontzettend veel lol gehad.

Deze keer met bemanning voeren we naar Sydney waar we in Walshbay kwamen te liggen, zowat onder de brug. De hwtk ging die avond naar huis want hij woonde in Sydney. De volgende morgen liep ik de machinekamer in en daar zag ik allemaal mannetjes in blauwe overalls rondlopen, er was één die bezig was de aanhangende koelwaterpomp van een bijstaande hulpmotor open aan het sleutelen, een andere zat met een grote schroevendraaier in een draaiende generator te prikken, een derde was het mangat deksel van een volle smeerolietank aan het los schroeven. Ik ben ter plekke ontploft. Ik was des duivels en ik heb ze van het schip af geschopt. Ze zeiden nog wel dat ze van de douane waren, maar daar had ik niets mee te maken. Van het schip af en ik wilde hun leiding gevende spreken en tot ik die gesproken had wilde ik niemand van hen aan boord zien. En ze gingen. Ze zagen aan mijn rooie kop waarschijnlijk wel dat ik ziedend was en dat ze maar beter konden doen wat ik zei. Het duurde nog een tijdje en toen kwam er een hoge ome in uniform en die vroeg wat er aan de hand was. Ik vertelde hem dat, als ze in de MK gingen zoeken ze toch op z'n minst even konden zeggen dat ze er waren en wat ze gingen doen. Toen bleek dat ze de stuurman hadden verteld dat ze het schip gingen onderzoeken en die had toestemming gegeven maar dat niet aan ons had doorgegeven. Ik heb de man mee de machinekamer in genomen en hem laten zien waar zijn mensen mee bezig waren en hij kon ook zien dat ik geen flauwekul verkocht en hij was het met me eens dat de douane ploeg wel ontzettend stom bezig waren geweest. Ze mochten nu wel weer aan boord komen maar als ze iets open wilden maken ze dat eerst moesten melden en ik zou dan wel zeggen of het kon of niet. Zo zijn ze met perslucht in verschillende cofferdammen geweest, lege tanks mochten ze ook in. Intussen bleef de leider ook aan boord en daar heb ik nog een hele tijd mee gepraat. We hadden het over het "Record of evidence ", dat we moesten tekenen om aan te geven dat we overal naar contraband hadden gezocht en niets gevonden. En dat jullie zo tekenen zonder echt goed gekeken te hebben, zei de officier. En dat moest ik toegeven. Het zoeken ging eigenlijk voornamelijk om drugs. Ik vertelde hem ook dat we waarschijnlijk over drugs konden struikelen en dat we dan nog niet wisten wat het was. Ik had wel eens gehoord dat het een wit poeder was, maar in die tijd werd er ook nog vaak talkpoeder over rubberen pakkingen gegooid, dus wat was nu wat? Hoe moet je het herkennen? Onze tanks waren allemaal verzegeld met carseals met een nummer, maar de officier wist ook dat de chinezen vast wel carseals met hetzelfde nummer hadden,dus dat stelde eigenlijk niets voor. Dus toen heb ik hem gevraagd om de tanks en cofferdammen, waar ze in geweest waren, konden verzegelen met een douane seal, die China vast niet had, want anders zouden we in de volgende Australische havens misschien weer hetzelfde krijgen omdat een beetje douane man nu wel kon zien dat die tanks e.d net open waren geweest. en dan zouden ze er weer in willen kijken. En dat gebeurde dan ook. Daar was China later niet zo blij mee. En de man nodigde ons uit om een paar dagen later mee naar het douane depot te gaan om daar meer te weten te komen over douane werk. Dat was op een zaterdag en toen had ik de wacht, maar ik was graag meegegaan en enkele van onze mensen hebben dat ook gedaan. en dat was best leuk geweest.

De rest van de reis langs de Australië kust was vrij probleemloos en dus waren we weer op weg naar India. In Bombay kwam iemand van een reparatiefirma aan boord en nodigde de staf uit voor een etentje aan de wal. De kapitein was daar op tegen, want volgens hem was deze man een oplichter die de maatschappij veel te hoge rekeningen stuurde en daarom wilde hij niet mee. Toen kon de stuurman ook weinig anders doen dan ook te weigeren. De hwtk en ik waren echter van een andere mening. Wij vonden dat we dan wel wat, van dat teveel betaalde geld, iets terug moesten halen voor de maatschappij, waar we tenslotte een onderdeel van waren, door lekker te gaan eten op kosten van die reparatie firma. En zo geschiedde. We hebben lekker gegeten en we hadden geen reparatieklussen. En in Bombay gingen een 5e wtk en ik met verlof. En dan krijg je te maken met mister Ismael. Het Bombay equivalent van David Go in Singapore. Een scharminkelige gladakker die overal een slaatje probeert uit te slaan. Hij begon al te zeggen dat we twee flessen whisky en twee sloffen sigaretten mee moesten brengen om alles soepel te laten verlopen. Dus toen hij ons kwam halen van het schip was het eerste wat hij vroeg: Hebben jullie whisky en sigaretten bij jullie. Ik zei: Nee. Daar was hij een beetje pissig over, dus ik vertelde hem dat als hij het nodig vond dat er whisky en sigaretten nodig waren om alles soepel te laten verlopen, dan moest hij daarvoor zorgen, omdat het zijn taak was om alles soepel te laten verlopen! Dus op naar de airport. Daar stond een man in uniform. Hij zei dat we onze koffers open moesten maken. Hij keek er in, knikte en wij deden de koffers weer dicht en schreef er iets op met een krijtje. Maar toen begon Mr. Ismael te praten in de lokale taal en moesten de koffers weer open en dicht en weer begon Mr. Ismael. Weer de koffers open en dicht en weer wilde Mr. Ismael wat gaan zeggen, maar ik had hem toen stevig in zijn nekvel te pakken en siste: Shut Up! Hij zei niets meer en we konden door de poort. Bij het vliegveld zette hij ons af bij de terminal en zei dat we daar moesten blijven staan tot hij terug kwam van de parkeerplaats waar hij zijn auto moest parkeren. Wij zijn gelijk naar binnen gelopen, koffers ingeleverd, boarding pass gekregen, zo door de douane gelopen, geen centje pijn. Niets geen moeilijkheden. Mr Ismael werkte alleen maar tegen omdat hij zijn whisky en sigaretten niet had gekregen, want dat was natuurlijk helemaal voor hem zelf. Ik heb hem nooit meer gezien, maar dat vond ik wel best en ik ben ongeveer 25 jaar later nog een keer met een schip in Bombay geweest. Ik heb het niet gemist. Volgens mijn monsterboekje ben ik op 24 - 10 - 1974 afgemonsterd.