Safocean Amsterdam - 1974

Mijn vriendin en ik hadden besloten om dit verlof te gaan trouwen, dus we moesten aan het werk. Woning zoeken, inrichten, ondertrouw en een trouwdatum uitzoeken in december. Ik had eigenlijk de 21 december in gedachten. (de langste nacht, nietwaar? ) Maar dan kom je er achter dat veel mensen in Nederland behoorlijk bijgelovig zijn want de enige dag die nog open was, was vrijdag de 13de. En aangezien we beide van de mening waren dat als je het noodlot moet tarten, je het goed moet doen dus we besloten op vrijdag de 13de te trouwen. Het bleek later ook nog de zonnigste dag van de maand te zijn, dus wat wil een mens nog meer! En voor de mensen die het weten willen, we zijn na bijna 48 jaar nog steeds gelukkig samen, maar dit even ter zijde. In januari 1975 vlogen we samen naar Durban om daar op de Safocean Amsterdam te stappen, een schip dat ik wel kende want ik had het schip mede uitgebracht. Zoals in die tijd gewoonlijk maakten we een tussenstop in Johannesburg en daar moesten we even wachten. We hadden wel een beetje dorst dus we stapten op het vliegveld een café binnen, of Kroeg, zoals boven de deur stond. En de pleuris brak uit want daar mochten we niet samen naar binnen. Ik was even die volkomen bezopen oude Engelse drankwetten vergeten. Dat is zoiets dat vrouwen wel mogen drinken maar niet de flessen mogen zien waaruit die drank geschonken wordt. Laat het maar aan de Engelsen over om daar weer een volkomen belachelijke wet over te maken. We moesten naar de Ladies lounge. Ook weer zoiets raars. Vrouwen mogen niet de kroeg in maar mannen mogen wel naar de ladies lounge. Raar! Maar het is niet anders. Wat later konden we doorvliegen naar Durban waar we van het vliegveld werden opgehaald en naar het schip werden gebracht.

Mijn geheugen laat me soms een beetje in de steek. Gisteren schreef ik nog dat we via Johannesburg naar Durban waren gevlogen, maar dat bleek Kaapstad ter zijn. Tja, kan voorkomen, nietwaar? We zijn daarna via Port Elizabeth en East London naar Durban gevaren, waar we ook door laden en lossen een tijdje bleven liggen, waarna de reis zich voortzette naar Lourenço Marques. Daar bleven we ook niet lang. Door de apartheid waren sommige Zuid Afrikaanse producten niet welkom in andere landen en in Lourenço Marques werd die lading op papier in Mozambique ingevoerd en weer uitgevoerd en dan kwam de lading opeens daar vandaan, of iets van die strekking. Handel moest natuurlijk wel door blijven gaan. En dan ging de oversteek naar Australië beginnen. Nu hadden de A-schepen slechts één grootspant en daardoor een heel mooie lijn, maar het waren ook enorme slingerbakken en dat merkte je vooral als je een flink eind om de zuid ging en dan kreeg je wind en stroming van achteren in en dan kon het schip behoorlijk tekeer gaan. En dat wordt op den duur behoorlijk vermoeiend. En dan natuurlijk af en toe ook stoppen voor een lekke uitlaatklep. Het was en bleef tenslotte een Stork SW hoofdmotor! En we hadden natuurlijk ook onze "veel geprezen" Kromhout hulpmotoren. Die werden in Durban afgegeven voor groot overhaal. Je wist zo langzamerhand wel wat je kon verwachten. Als we weer een gereviseerde hulpmotor hadden gekregen en hij stond te draaien, dan kwam niemand in die hulpmotoren kamer als het niet nodig was. Als het ding de 50 draaiuren had gehad, dan was de kans groot dat hij het verder nog wel een tijdje uit hield. Als ze ploften dan gebeurde dat meestal voor die 50 draaiuren bereikt waren. En je moest opletten bij het suppleren van smeerolie. Als je de vuldop los draaide en hij begon smeerolie naar buiten te spugen, gelijk afzetten en een andere hulpmotor bijzetten, want dan had je nog kans dat er iets te repareren viel.

We waren in Sydney aangekomen en daar, op 17 maart, vierde mijn vrouw haar 26ste verjaardag en, hoewel onze kapitein en hwtk in Zuid Afrika woonden en ze toch ook een hoop RIL kennissen in Sydney hadden, hadden ze die ook maar gelijk uitgenodigd, dus het was een drukke bedoening. En aangezien er die avond ook een feestje was in de woning van een kapitein Schröder werden we daar ook weer uitgenodigd. De zaterdag daarop zouden we aan boord weer een party hebben, dat had iemand georganiseerd. Hat was warm in Sydney en dus besloten de 3e -, 4e- en leerling stuurman om wat verkoeling te zoeken door van de brugwing af te springen. Die A- schepen hebben best wel een hoge opbouw dus de brugvleugel is een eind boven water. Daarbij heb ik me laten vertellen dat Sydney Harbour wel een broedgebied is van die bijtguppies, dus om daar nou tussen te springen lijkt me niet zo'n goed idee. Dat was het hele idee van springen eigenlijk niet, want de heren kwamen niet helemaal verticaal in het water en water geeft niet mee. Ze waren dus ook enigszins bont en blauw en de 4e stuurman was zijn zwembroek kwijt, die was van zijn lijf geslagen. Ze waren 's avonds tijdens de party ook nogal zwijgzaam en niet erg actief. Ze zullen wel behoorlijk spierpijn gehad hebben.

We hadden een Mauritiaanse bemanning en een zuid Afrikaanse hofmeester en leerling hofmeester. Ik weet niet of hun kleur er iets mee te maken had, maar de hofmeester had twee Australische douane figuren in zijn hut en die zaten er al uren en maakten geen aanstalten om op te krassen en ze zaten wel te drinken op kosten van de hofmeester. Maar iemand heeft toen naar de hut van de hofmeester opgebeld om te zeggen dat er iemand bij de gangway was die beide douane mensen wilde spreken. Dus de douane mensen liepen naar de gangway en de hofmeester sloot de deur en deed hem op slot. Bij de gangway was niemand en nu was de hut van de hofmeester ook nog dicht, dus liepen ze door naar onze bar waar we net een biertje zaten te drinken en ze pikten onze 4e wtk er uit om moeilijk tegen te gaan doen. Ze zeiden dat hij naar de hut van de hofmeester had gebeld. De 4e wtk wist van niks en zei dat ook. Maar de douane gasten waren nijdig en werden steeds moeilijker tegen de 4e wtk. Ze wilden zijn hut zien. De 4e wtk weigerde, hij had tenslotte niets gedaan. Maar de douane kerels werden steeds vervelender. Onze kapitein was de wal op geweest en zat in een hoekje een biertje te drinken in zijn burger kleding. Hij had het een tijdje aan zitten kijken en besloot toen om in te grijpen. Dus hij kwam overeind en vroeg de douane mensen waar ze mee dachten bezig te zijn. Hij kreeg als antwoord waar hij zich mee bemoeide. Dus de ouwe legde heel rustig uit dat hij heel toevallig de kapitein van dit schip was en dat hij het de beide douane ambtenaren bijzonder moeilijk zou kunnen maken en hij nam ze mee de bar uit. Hij heeft in de gang een tijdje met de douane mensen gepraat en toen kwamen die kerels de bar weer binnen en boden hun verontschuldigingen aan onze 4e wtk aan. Probleem opgelost, zou je denken. Maar toen besloot onze 4e wtk op zijn ene streep te gaan staan en zei dat hij de excuses niet accepteerde. Heb je dat weer! Dus de douane mensen boden nogmaals hun excuses aan. Ik had de 4e wtk intussen bij zijn nekvel en zei: Jij accepteert nu en dan ga je naar de machinekamer om het alarm, dat nu gaat, te accepteren. Hij zei nog dat hij de wacht niet had en dat er geen alarm ging, dus ik herhaalde nog eens, zeer nadrukkelijk, wat hij ging doen. Dus ging hij maar even naar de machinekamer. Ik moest hem even weg hebben zodat de douane mensen het schip konden verlaten zonder dat de 4e wtk de boel nog eens zou saboteren.

We hadden nogal wat party's aan boord in Australië en op één van de party's kwam een vriendin van één van de dames mee en dat bleek een Amerikaanse stewardess te zijn die op bezoek was in Australië. Tijdens het feest bleek dat deze dame nogal gecharmeerd was van onze derde stuurman. Hoewel ze enige jaren ouder was dan hij vond hij het allemaal wel goed en ze zijn later nog een paar maal uit geweest. Maar aan alles komt een eind en we vertrokken weer naar een volgende Australische haven. Maar stewardessen kunnen goedkoop of gratis vliegen dus toen we in de volgende haven aankwamen kreeg de 3e stuurman bericht dat ze onderweg was en of hij haar van het vliegveld kon ophalen. Dus hij op weg. Intussen was aan boord besloten dat ze maar moesten verloven, die avond, dus in de machinekamer werden een paar messing ringen gedraaid en toen ze aan boord kwamen stond daar de hele goegemeente in vol ornaat te wachten met confetti en werden ze officieel door ons als verloofd verklaard met ringen en de hele bubs. Het meisje vond het prachtig, maar ik kreeg toch de indruk dat de derde stuurman het wat minder leuk begon te vinden. Maar ook hier kwam weer een eind aan, zij moest weer aan het werk en wij gingen verder de kust af en uiteindelijk naar Zuid Afrika waar de derde stuurman met verlof zou gaan. Toen we daar aankwamen kreeg hij bericht dat de stewardess al in Nederland zat. Hij heeft toen maar besloten om zijn verlof in Zuid Afrika te volbrengen. Hoe het verder is afgelopen en of het uiteindelijk nog wat geworden is tussen die twee weten we niet.

We hadden de kust van Australië weer achter ons gelaten en waren nu weer op weg naar Mauritius onder andere met een hoop schapen aan dek en uitgewrongen schapen in de deeptanks. Aangezien we een Mauritiaanse bemanning aan boord hadden was het daardoor gemakkelijk om gedurende onze binnen ligtijd een auto voor mijn vrouw te huren, zodat ze het eiland kon verkennen. Trouwens, zeer de moeite waard en aangezien we er het weekeinde ook lagen kreeg ik ook nog gelegenheid om iets van het eiland te zien. Daar kwam nog bij dat de ouders van onze steward 25 jaar getrouwd waren en dan doen ze het daar nog een keer over en trouwen ze weer met, natuurlijk, een trouwfeest er bij en daar waren wij ook voor uitgenodigd en daar hebben we ons kostelijk vermaakt. Daarna gingen we weer door naar Durban en daar gingen we dokken. Aangezien mijn vrouw tijdens de dokking niet aan boord kon blijven hadden we een hotel uitgezocht dat werd gerund door thee Vlaamse Belgen. Mijn vrouw wilde zich inschrijven maar dat gaf wat problemen. Mijn vrouw was gedurende de rondreis een beetje bruin geworden en ze had haar zonnebril nog op. De twee Belgische eigenaren stonden van achter de balie toe te kijken hoe mijn vrouw een kamer probeerde te krijgen. Ze dachten dat ze een kleurlinge was uit Mauritius, Dat zeiden ze tenminste eerst en toen het volgende gesprek. Ene Belg: Zoekt ze een baantje? Andere Belg: Ik geloof dat ze probeert in te schrijven. Mijn vrouw haalde haar paspoort tevoorschijn en dat was een Nederlands paspoort, dus één van de Belgen vroeg: Spreekt U misschien Nederlands? Mijn vrouw beaamde dat, want ze was tenslotte Nederlands en ze zette haar zonnebril af en toen kwamen haar blauwe kijkers ook tevoorschijn en de beide Belgen gingen door het stof. Het inschrijven ging daarna heel gemakkelijk. Mijn vrouw huurde ook een auto. Zij verkende Durban en omgeving en aangezien het werk in het dok stopte om 17.00 kwam ze me ophalen en dan trok ik een schoon ketelpak aan en dan kon ik in het hotel in bad of onder de douche want in het dok was dat allemaal wat moeizaam. Ik denk niet dat de Belgen het leuk vonden dat ik daar in ketelpak binnen kwam lopen, maar ze zeiden niets en deden er alles aan om ons verblijf daar zo aangenaam mogelijk te maken.

Ik was nog even vergeten te vertellen dat we in Australië een nieuwe hwtk hadden gekregen. De oude hwtk woonde in Zuid Afrika en de nieuwe in Melbourne, als ik me niet vergis, dus de maatschappij, in al haar wijsheid, had besloten dat de overdracht in Fremantle zou plaatsvinden. Moet kunnen, nietwaar? Maar de maatschappij had verzuimd het telefoonnummer "Dial a Strike" te bellen, want de binnenlandse luchtdienst staakte. De nieuwe hwtk kon nog met de trein in Adelaide komen, maar moest van daar verder met de bus naar Fremantle. Ruim 2700 km, met de bus! Hoe comfortabel die bussen ook mogen zijn, ik denk dat je na 2700 km wel geradbraakt aankomt en dat was ook zo. Maar op de oversteek had hij wel de tijd om weer een beetje tot zichzelf te komen. Dokken in Durban was toen ook een hele belevenis. Mankracht hadden ze daar genoeg. Toen we eenmaal op de blokken stonden en het dok was leeg gepompt werd er een hele ploeg gevangenen het dok in gestuurd, die het schip aan de buitenkant schoon moesten maken. Boven op de wanden van het dok stonden gewapende bewakers om er voor te zorgen dat die gevangenen daar bleven en hun werk deden. In de machinekamer was het ook een drukte van Afrikanen die niets deden omdat hun blanke voorman er nog niet was. Die zat in de kantine van het dok thee te drinken en te kletsen met zijn collega's. Het was dus de taak van de tweede wtk om steeds een voorman bij zijn nekvel te pakken en mee te slepen naar de machinekamer zodat zijn mensen ook wat konden gaan doen. Daar had ik zowat een dagtaak aan. De schroefas moest getrokken worden. Waarom weet ik ook niet, waarschijnlijk om te controleren op haarscheurtjes. Daartoe moest eerst een tunnel as gelicht worden, dus de pasbouten, waarmee de flenzen van de assen aan elkaar zitten, moesten er uit en die pasbouten zaten goed pas! Dus werd er een zware ram opgetuigd, een eind touw er aan en ongeveer twintig Afrikanen waren dan bezig, op de maat van een lied, die ze zelf zongen, om die ram tegen de pasbouten aan te rammen. En na een dag hadden ze de eerste flens ontdaan van de pasbouten. Toen moesten de pasbouten van de andere flenzen er nog uit en dat duurde ook een dag. Maar we hadden kennelijk geen haast. De superintendant in Durban was Henk Noort, een aardige vent waar je goed mee kon werken, maar die helaas veel te vroeg gestorven is. Ook hij werd er wel eens een beetje gek van. Hij vertelde me dat er in een loods een splinternieuwe zuigerkroon voor het schip lag, net aangekomen, ga maar even kijken, zei hij tegen me. Dus ik wandelde naar de loods, bekeek de zuigerkroon en wandelde weer terug naar het schip. Halverwege kwam ik Henk weer tegen. Wat vind je ervan, vroeg hij. Ik zei dat ik hem afgekeurd had. Hij keek me aan. Ik zei dat één of andere idioot de zuigerkroon had willen oppakken met een forklift truck met de vork in de veergroeven en daar was het spul niet beter van geworden. Daar werd Henk niet blij van!

De nieuwe hwtk was een heel gemoedelijke man die met beide benen op de grond stond en er viel prima mee te werken. Hij kon af en toe heel dom kijken, dan zakte zijn mond een beetje open en dan puilden zijn ogen een beetje uit en dan vroeg je je af of hij ze boven wel allemaal op een rijtje had staan. Maar vergis je niet, de man was akelig intelligent, maar ook nooit te beroerd om een mening aan een ander te vragen. De ketel van dit schip was een Cochran ketel, zowel olie gestookt als uitlaatgassenketel. In het uitlaatgassengedeelte zaten deuren die vanuit de controle kamer te bedienen waren en dan kon je de uitlaatgassen van de hoofdmotor via die deuren door de ketel leiden en er buiten om, al naar gelang de hoeveelheid stoom die je nodig had. Tijdens de docking werd de ketel geïnspecteerd door een Surveyer (een Nederlander , trouwens) en toen vermoedde de surveyer dat er een scheur in de pijpplaat van het uitlaatgassen gedeelte van de ketel zat, maar helemaal zeker was hij er niet van. De hwtk ging ook kijken en daarna werden de scheepstekeningen van de ketel erbij gehaald, maar daar werden ze ook niet wijzer van. Toen werd ik opgetrommeld uit de machinekamer en werd me uitgelegd wat er aan de hand was en of ik ook even wilde kijken. Dus ben ik in de ketel gekropen. Volgens mij was het gewoon een ijzeren strip die aan de buitenkant van de ketel was gelast en waar de scharnieren van de uitlaatgassen deuren aan vast zaten. En hoewel die strip goed vast zat zag de las er zeer knullig uit, maar het zat aan de ketel zelf en niet aan de pijpplaat. Dus dat heb ik de hwtk en surveyer ook verteld en daar gingen beide heren mee akkoord. En zo kabbelde de dokking voort totdat bijna alles gedaan was. We waren in de MK aan het werk toen we geruis van buiten hoorden. Ik ging eens kijken aan dek en kon gelijk beginnen met schreeuwen. Ze waren bezig het dok te vullen met water. We wisten helemaal niet dat dat zou gebeuren en alle buitenboord afsluiters waren nog niet terug geplaatst en ook de roosters van de zee inlaten waren nog niet terug gezet. Een gevalletje van miscommunicatie zullen we maar zeggen , want dat gebeurde daar wel vaker. Met een roeiboot konden de zee inlaat roosters terug gezet worden en in de MK werden de buitenboord afsluiters terug gezet en konden ze verder gaan met het vullen van het dok. we gingen naar de reparatie kade want er moesten nog een paar dingen gebeuren. Onder andere het survey van een brandstoftank. Een heel bataljon Afrikanen werd die tank ingestuurd met poetslappen om hem schoon te maken en daarna werd de tank geïnspecteerd door de surveyer. Het was al na 17.00 en iedereen was de MK al uit, maar ik was nog even bezig en toen zag ik die d.b. tank nog open liggen. Dat kon ik nog wel even afmaken, dacht ik. Dus ik liet de mangat deksels in de tank zakken, hing aan beide kanten een looplamp en ben die tank nog even door gekropen en er hier en daar nog lappen uit gehaald. Daarna heb ik de mangat deksels teruggeplaatst en vastgezet zodat ik dat weer van mijn lijst kon schrappen. Ik was dus een beetje te laat aan tafel. De hwtk vroeg waarom ik zo laat was en ik vertelde het hem. Ik had de man nog niet boos gezien, maar toen wel en ik was het slachtoffer. En hij had volkomen gelijk. Ik had dat nooit alleen mogen doen.

We hadden intussen ook een nieuwe kapitein gekregen, net zo als de vorige kapitein ook wonend in Zuid Afrika. De nieuwe moest het schip wel kennen, want hij had het tenslotte uitgebracht en de eerste reizen op het schip gevaren. De man was een verwoed golfer en hij vond dat mijn vrouw, Rina, maar mee moest gaan, dan kon ze mooi zijn bal opzoeken als die op een verkeerde plaats terecht zou komen. De hwtk schoot in de lach en zei tegen mijn vrouw: Moet je doen, dan word je een ballerina. Mijn vrouw zei dat ook dat ze wel uitkeek om zoiets te doen. Dus haalde de kapitein de hwtk over om mee te gaan. Mijn vrouw ging met de eerste stuurman de wal op en ze vonden in een warenhuis een mini golftas met mini golfclubs en een mini balletje. Die hebben ze voor de hwtk gekocht. Mocht hij ook bezeten raken van golf, dan kon hij aan boord alvast trainen. De kapitein en de hwtk waren terug voor het avondeten. De hwtk een beetje gebroken. Hem werd de mini golfset aangeboden en hij ging er gelijk mee aan de gang, in de messroom, met zijn knieën op de grond probeerde hij het balletje te raken. Ik kreeg toch de indruk dat de kapitein het niet zo leuk vond. Hij kreeg kennelijk het idee dat de edele golfsport een beetje belachelijk werd gemaakt. En dat was ook zo. Bij vertrek Kaapstad stond mijn vrouw op de brug te kijken zoals ze meestal deed en het was wat frisjes. Toen kwam de kapitein op de brug, lange blauwe overjas aan met witte sjaal en epauletten op de overjas, pet op, witte handschoenen aan. Mijn vrouw zag het en liet zich ontvallen: Kijk, zo heb ik me altijd een echte kapitein voorgesteld. Toen werd haar vriendelijk doch dringend gevraagd de brug te verlaten omdat het zo druk was. Mijn vrouw stond in een hoekje van de brug omdat ze niemand in de weg wilde lopen, maar ze mocht niet blijven. Gevoel voor humor had de man dus helemaal niet, maar dat wist ik al. Ik had tenslotte vaker met hem gevaren.

In het plafond van de officieren salon was een filmscherm ingebouwd, dus als we eens naar een Walport film wilden kijken deden we dat daar meestal en dan nodigden we de bemanning ook uit zodat die ook mee konden kijken. Dat was bij de vorige kapitein geen enkel probleem. Maar bij de nieuwe kapitein kon dat opeens niet meer. De man was een beetje zuid Afrikaanser dan de zuid Afrikaanders leek ons zo toe. Ik had gehoopt dat de man sinds het uithalen van de Straat Amsterdam wat bijgeleerd had. Nee dus. We waren weer op weg naar Australië, om de zuid, dus weer lekker slingeren en stampen. Het officiers dek had aan SB en BB een gang van de voorste hutten naar achteren lopen, uitkomend op het tampatje achter de opbouw. Achter de voorste hutten liep een dwarsgang die beide langs-gangen met elkaar verbond. Die dwarsgang kwam aan BB uit bij de hut van de 2e stuurman en aan SB bij de hut van de 2e wtk, onze hut. We slingerden behoorlijk en om schade te voorkomen hadden we onze cassette recorder maar op de grond gezet. Wat op de grond staat kan niet vallen, nietwaar? Onze steward was de dwarsgang aan het soppen met een emmer sop en een dweil. Het schip maakt opeens een flinke haal en daar komt onze steward onze hut binnen denderen met zijn emmer sop, kan zich niet overeind houden en gooit het sop uit die emmer over onze cassette recorder. Hoopjes excuses natuurlijk, maar die jongen kon er ook niets aan doen. Dus de boel werd opgeruimd. Wat later maakt het schip weer een haal en komt de steward van de stuurlui, die bij de hut van de 2e stuurman bezig was, door de hele dwarsgang denderen en zo onze hut in en daar ging de volgende emmer sop over de cassette recorder. Ook dat werd weer opgeruimd met de nodige excuses. Mijn vrouw die het allemaal zag gebeuren kon er wel om lachen en heeft het me later in geuren en kleuren verteld. Ik heb mijn onze cassette recorder toen maar een tijdje onder de douche gezet om het vieze water eruit te spoelen en toen het enige dagen laten drogen. Wonder boven wonder deed het ding het daarna nog, maar beter is ie er niet van geworden. Wel schoner!

Na de oversteek kwamen we weer in Australië aan. De kapitein vertelde ons dat hij een paar mensen van kantoor had uitgenodigd aan boord, want zo kwam je tenminste te weten hoe het ging met de maatschappij en wat er zo allemaal in het verschiet lag. Dus er kwamen twee Aussies lunchen aan de hoge druk tafel. Daar was mijn vrouw ook bij. Ze stelden zich voor, wij kregen een hand en ze liepen mijn vrouw straal voorbij. Die was kennelijk niet belangrijk genoeg om een hand te krijgen. Als ze voor onze maatschappij werkten zou je mogen aannemen dat ze een redelijke opleiding genoten hadden. Maar wij vonden dit toch wel het toppunt van hufterig gedrag. Het is maar te hopen dat nu, 47 jaar later, de Australische mannen een beetje fatsoen is bijgebracht, want dat zou voor de Australische vrouwen ook wel leuk zijn. Maar dit even ter zijde. We zouden dus wat over de maatschappij te horen krijgen? Nee, dus. Het hele gesprek ging over golf en handicap zus en handicap zo. De meerderheid aan tafel waren niet golfers en zaten zich rot te ergeren. De eerste stuurman nam het voortouw en zei opeens: Ik heb handicap 1. Doodse stilte aan tafel, want ik heb begrepen dat dat zo'n beetje de handicap van beroeps golf spelers is. Dus iedereen zat met open mond naar de eerste stuurman te kijken. Hij zei: Ik heb één handicap, ik kan niet golfen en weet er ook niets van. Daarmee impliceerde hij dat het hem ook geen bal interesseerde. De niet golfers hadden de grootste pret. De lunch was daarna ook gauw afgelopen.

Onze tweede stuurman had zichzelf opgeworpen als kapper aan boord. Aangezien onze Mauritiaanse steward een flinke bos haar had, moest hij er als eerste aan geloven. Of de steward dat nou leuk vond of niet, weten we niet maar de tweede stuurman wist hem min of meer te overtuigen. Dus de steward werd geknipt. Ik kan me eigenlijk niet herinneren hoe het resultaat was dus ik heb het maar even aan mijn vrouw gevraagd. Die wist het ook niet meer precies, maar we hebben zo onze twijfels. Het tweede slachtoffer was onze leerling wtk, die had ook een flinke bos, dus daar moest ook wat aan gedaan worden, dus de tweede stuurman begon enthousiast te knippen. De tweede stuurman zei nog tegen de leerling: Joh, wat heb jij stug haar! Toen bleek dat er een stukje oor tussen zat en zo'n oor bloedt als een rund, dus moest er eerste hulp worden toegepast. De tweede stuurman kreeg daarna geen verzoeken voor een knipbeurt meer. Onze leerling wtk had daarna nog een keer pech. We hadden een party aan boord. Onze leerling was een heel aardige knul en zeer galant. Dus toen een van de jonge dames wat later kwam stapte hij naar haar toe en vroeg of hij haar jas misschien kon aannemen. Het meisje fluisterde hem toe: Dat kan niet want dat is mijn jurk. De leerling kreeg dus een enorm rode kop, maar het meisje kon er hartelijk om lachen. In Melbourne was er opeens groot alarm. Het was een oefening van haven, politie, brandweer, plaatselijk ziekenhuis en ambulancedienst. Er waren ook een heleboel verpleegsters aan boord om te zien hoe dat allemaal ging. Er was zogenaamd iemand in het ruim gevallen. Er was iemand die voor slachtoffer speelde en die lag in het ruim. Maar er werd gedaan alsof het echt was, dus de hulpdiensten het ruim in, slachtoffer stabiliseren, met de kraan werd er een brancard het ruim in gebracht, het slachtoffer werd daar op geplaatst en twee man hielden hem vast en werden ze met z'n drieën uit het ruim getakeld met de kraan. Dat ging niet helemaal goed want het geheel begon toen in vrij hoge snelheid rond te draaien, maar ze bereikten de kade, het slachtoffer werd de ziekenauto ingedragen en met veel lawaai en zwaailichten verdwenen ze. De eerste stuurman opperde tegen de hulpverleners dat ze in het vervolg beter een touw aan de brancard konden binden om dat rondtollen te verhinderen. De hulpverleners zagen dat als commentaar en waren daar een beetje pissig over, terwijl het als opbouwende kritiek bedoeld was. Helaas vertrokken de verpleegsters toen ook allemaal weer.

Verder op de Australië kust gebeurde eigenlijk niet zoveel meer. Tja, met een Stork SW en Kromhoutjes hoef je je natuurlijk nooit te vervelen, maar voor de rest was het eigenlijk vrij rustig en ben ik over dit schip een beetje uitverteld. Het komt dus goed uit dat ik op 20 juli samen met mijn vrouw, het schip in Kaapstad verliet om met verlof te gaan.