Op de rede van Lagos 1975 (Ben Feddema)

In december 1974 ben ik aangemonsterd op de Straat Mozambique als 3e stuurman in Kaapstad. Dit schip voer op de CHIWAS (China-Hongkong-Westafrika) dienst.
photogallery/Ben Feddema/m.s. Straat Mozambique
We gingen direct de oversteek op en een maand later, na verschillende havens aangedaan te hebben in de Far East werden we eindelijk in Japan volgeladen met jeeps die bestemt waren voor Afrika. Dat was ook een van de redenen dat wij bij aankomst op de rede van Lagos, waar het op dat ogenblik vol lag met schepen, die allemaal op hun beurt lagen te wachten om naar binnen te gaan, niet zo lang hoefden te wachten als al die andere schepen. Er lagen nl. zo`n 300 tot 500 schepen daar op de rede want ze hadden daar juist zelfstandigheid verworven en het ontbrak er nog aan een goede organisatie van verschillende dingen. Zo hadden ze bv. geen rekening gehouden met de havenkapaciteit zodat er ontzettend lange wachttijden ontstaan waren.

Tijdens deze tijd lagen we dus rustig voor anker en waren we zodoende een prachtig doel voor de piraten die toendertijd nog niet zo geavanceerd waren als nu. Vandaag de dag overvallen ze met hun snelle vaartuigen varende schepen, maar toen hadden ze het voornamelijk voorzien op schepen, die zoals wij voor anker lagen. We hadden al de nodige voorzieningen getroffen zoals klaarliggende aangesloten brandslangen (water aan dek) zodat de bemanning 's nachts, als ze een al dan niet gemotoriseerd vaartuig naderbij hoorde komen, ze meteen alert werden en met de slang in de aanvalshouding paraat stonden om toe te slaan. De kunst was nl. om ook aan dek zo stil mogelijk te zijn en zo gauw als de piratenbootjes langszij kwamen of dicht genoeg bij waren, dan meteen met volle waterkracht de scheepjes vol te spuiten en proberen te laten afzuipen.
photogallery/Ben Feddema/smokkelbootjes photogallery/Ben Feddema/Str.Mozam_bij_nacht
Dit op zich was al een hele sport en is ook verschillende keren gebeurd met als rsultaat dat ze meestal snel omdraaiden en zorgden dat ze wegkwamen maar het gebeurde ook wel dat er totale paniek uitbrak op het bootje en dan lagen er verschillende in het water. Of er ooit slachtoffers gevallen zijn, daar is in ieder geval geen bewijs voor, want weg is weg. Het was ook meestal pikkedonker 's nachts buiten op de rede al naar gelang de maanstand en we konden alleen dat stukje water zien waar we met onze schijnwerpers, die we ook overal geļnstalleerd hadden, het tafereel zichtbaar konden maken. Maar het was ter verdediging van onszelf, schip en lading noodzakelijk.
photogallery/Ben Feddema/Sloepenrol
Daarnaast hadden we dan als laatste wapen, als er toch nog iets door de bewaking geslipt was, stukken staaldraad, door de bootsman op maat laten snijden, van ongeveer 1 meter, met aan het begin daarvan een handvat uit tape er omheen gedraait. Zo gauw als de bemanning dan ergens op de reling een zwarte hand zag verschijnen: Knal-Boem, met het stuk sleng erop knallen; een grote schreeuw en enkele sekonden later een plons in het water. Operatie geslaagd!

Toch is het dan de piraten op een goede (of kwade) nacht gelukt om op een of andere manier aan boord te komen. Nu begrijpt iedereen wel, dat deze mensen nou niet overstromen van intelligentie en het lot wilde dat ze dachten een interresante locker (opbergruimte) gevonden te hebben, dus naar daad en kracht kwam er een koevoet aan te pas (deze hebben wij later gevonden) en werd de ruimte opengebroken. Een oorverdovend lawaai knalde over het schip. Wat bleek: de kuttekoppen hadden de CO2 kamer opengebroken en voor diegenen die dat niet weten is dit de locker waar alle CO2 flessen geinstalleerd zijn, voor het geval er brand uitbreekt in de ruimen en het vuur verstikt moet worden. Maar deze is volgens voorschrift beveiligd met een alarm. Hierna volgde nog een gevecht tussen de gealarmeerde bootsman en zijn bemanning met de piraten en hoe het precies gelopen is weten we niet; de bootsman vertelde, dat ze ze voor rot geslagen hadden en ze daarna gevlucht waren. Op een Grieks schip, naast ons voor anker gelegen, hoorden we een der volgende dagen dat er 's nachts een dode gevallen was tijdens ook zo'n overval, maar zover is het bij ons gelukkig niet gekomen (voor zover we weten).

Zo was dat tegelijkertijd een spannende maar ook een leuke tijd. Overdag gingen we nl. verschillende keren met de reddingsboot naar het strand onder het mom van het feit, dat dit een goede gelegenheid was om de deugdelijkheid van deze sloepen te testen. Aangezien er meerdere zijn was dit altijd een leuk tijdverdrijf. Zo was het heel goed uit te houden.
photogallery/Ben Feddema/Lagos photogallery/Ben Feddema/met_de_lifeboat_naar_het_strand_1 photogallery/Ben Feddema/met_de_lifeboat_naar_het_strand_2 photogallery/Ben Feddema/waterskien_achter_lifeboat_met_plank_1
Gedurende deze tijd viel het ons op, dat de bootsman en bemanning ineens erg sjagrijnig overkwamen. We spraken hem erop aan en na een beetje aandringen kwam de aap uit de mouw: De bemanning verdiende, zoals in die tijd gebruikelijk was er een centje bij met smokkelen. Wat was het geval? De smokkelwaar die in Hong Kong aan boord gekomen was bestond uit pakketten vol met pruiken voor de negerinnen aan de westkust van Afrika. Nu hadden ze deze afgelopen dagen gelost in kleine bootjes maar na afloop daarvan geen geld daarvoor gekregen. De afnemers wilden niet betalen, omdat de geleverde waren niet dat was wat ze besteld hadden. Het was gebleken, dat de pakketten die op het eerste gezicht als men ze openmaakte er perfekt uitzagen, bij nader inzien waardeloos waren: want in plaats van pruiken van allerlei kleuren zaten ze vol met allerlei gekleurde haarstukjes en een negerin met een haarstukje bovenop haar kroeshaar is geen gezicht, dus ze konden er niets mee beginnen. Dat zijn de leuke dingen in het leven!

Toen we uiteindelijk naar binnen gingen stond ons een andere verrassing te wachten, want bij aankomst in de haven zagen we een stuk verder een hele grote opslagplaats met landbouwmachines, waarover de 1e stuurman vertelde dat deze deel uitmaakten van de lading van de vorige reis van ons schip. De machines begonnen al tekenen van roest te vertonen en kleinere dingen zoals de koplampen, stuurwielen etc. waren er al afgesloopt. Ze deden er dus niets mee. Ziehier het bewijs van de nutteloosheid van de vroegere ontwikkelingshulp. Of het vandaag de dag veel beter is betwijfel ik ook. Bij latere navraag kregen we letterlijk gezegd: Het zijn mooie machines, maar we weten niet hoe ze funktioneren! Dus hier ter plaatse hield de ontwikkelingshulp op. In plaats van dit projekt verder te begeleiden kwakten ze de machines op de kaai en dat was het dan. Ik heb nooit meer iets gedonneerd voor de ontwikkelingshulp in Afrika.

Diezelfde avond zijn we met z`n allen (diegenen die geen wacht hadden) lekker gaan stappen. Het is allemaal al lang geleden en op het ogenblik herrinner ik me alleen nog dat er een hele goeie tent was met als eigenaar een Griek, die dan altijd tegen sluitingstijd de microfoon nam en uit volle borst scheeuwde: SCREW BOYS, SCREW GIRLS, it's SCREWINGTIME.

Die goeie ouwe tijd!

Ben Feddema, ex 3e stuurman a/b Straat Mozambique 1974 .