Bijgeloof

Een verhaal over Straat Le Maire van Joop van Riet (stuurman KPM/KJCPL/Nedlloyd 1963-1975)

Bijgeloof ? Ach iedereen kent die verhalen van vroeger, van de vliegende Hollander, het spookschip dat in zware stormen onbemand over de oceanen voer. Maar dat was vroeger in de tijd van de zeilvaart. tijd van houten schepen, scheurbuik, ijzeren kerels en de bijgelovigheid.

Toch lagen we een keer in Santos op een prachtige plaats, kade nr. 13. Nou iedereen die wel eens in Santos geweest is, weet dat dat de meest begeerde ligplaats is. Vanaf dek kan je de sambamuziek in de barren horen en kijk je zo de barren-straat in, waar je kan zien welke meisjes er nu weer de barren in gaan. Dus wordt er niet lang gekeken of geluisterd, maar snel de wal opgestoven om te stappen. Ja je moet de kat natuurlijk niet op het spek binden.

Maar die bewuste avond vrijdagavond ging er typisch genoeg niemand de wal op. Ach het was dan wel vrijdagavond en ook de dertiende. Nou, so what ?

En het was ook reis 13, nou en? En dat we toevallig op nummer 13 lagen, met 13 Nederlanders aan boord, tijdens reis 13 op vrijdag de dertiende, daarom kan je toch wel rustig wachten tot na middernacht? Per slot van rekening begint het in Santos dan pas goed en dat het dan zaterdag de 14e is, dat geeft toch niets ? Bijgelovig? Wij houten kerels van de ijzeren schepen?

En dan de Albatrossen dat is ook een verhaal op zich. Dat zouden dan de geesten van verdronken zeelieden zijn. De zwarte zijn de verdronken Nedlloyd-figuren en de witte zijn de verdronken Ril-ers (soms hoor je het ook anders vertellen). Het verhaal gaat dat als er zo'n beest gedood wordt, het schip in zware stormen terecht komt. Ik heb er ook nog nooit iemand zo'n beest kwaad zien doen. Maar ja we zijn gewoon dierenvrienden, toch? Ik heb pas een keer een stuurman horen vertellen dat hij met zijn buks een albatros neergeschoten had, en hij vertelde er gelijk bij dat ze achter elkaar door twee zware stormen overvallen waren. Maar wat zegt dat nou ? Waar albatrossen zitten, zit je altijd in de zwaar-weer ellende, dus dat is best te verklaren, daarom zijn we nog niet bijgelovig.

Nu zijn er ook nog een stel schepen, die met een motor varen waar een ooievaar op voorkomt. Het Engelse woord voor ooievaar geeft dan de naam van die motor aan, die ik vanwege de reclame niet zal noemen.

Nu heeft dat type ooievaar-motor op de WTK's de zelfde schrikreactie als die bekende ooievaar boven het nonnenklooster. Zoals die nonnetjes schrikken voor het barenswerk, zo vervloeken de WTK's die ooievaar-motor om zijn vele sleutelwerk. Wat er ook aan zuigers getrokken, kleppen geschuurd en verstuivers verwisseld werd, altijd had die rot motor de gewoonte om af te nokken, minstens eens in de twee dagen en bij voorkeur tijdens een verjaardag, barbecue of een zondag op zee.

Ten einde raad kwam 4e wtk Rob Dinkelaar met een rubber kikkertje van de wal terug, die hij keurig aan een ijzerdraadje voor de ooievaar van de hoofdmotor hing. De eerste keer dat de baas bij het manoeuvreren bij vertrek dat ding zag hangen, gromde hij maar wat minachtend. Maar bij aankomst in de volgende

haven een paar dagen later keek hij al wat vriendelijker naar het kikkertje, we waren niet gestopt en dat was al heel wat.

Na nog wat kust trajectjes (zonder stoppen) werd de kikker steeds vriendelijker bekeken. Na een tijdje voelde die de baas die ooievaar met kikker helemaal aan. Voortaan werd de hoofdmotor niet eerder vrijgegeven voordat de baas twee rondjes om de ooievaar—motor met kikker gelopen had en dan driemaal op de kikker gespuugd had om hem goed sappig te maken voor de ooievaar.
We hebben zelfs hele oversteken gevaren zonder te stoppen!!!

Het werd daarna dan ook een vaste order om eens per maand een verse rubber kikker aan de wal te kopen. Baas zijn is niet zo moeilijk, je moet alleen aanvoelen wat zo'n motor nodig heeft. Dat heeft niets met bijgelovigheid te maken . . .

bamboe